'Graeft Voort', een door mij zelf ingekleurde afbeelding van een schilderij, waarvan het origineel hangt in het Noord Brabants museum in 's Hertogenbosch en waarmee men een naamsverklaring probeert te geven voor Grave (klik voor het origineel)

Terug naar BOMMELTJE.NL Click here for the English pages Inhoudsopgave

Bezoek ook eens Weerstation Grave, voor méér dan alleen het weer...

naar boven

naar start

Op deze pagina heb ik enkele ervaringen verzameld van burgers en veteranen die gewerkt en/of gediend hebben op de vliegstrip bij Keent. Heeft U herinneringen die U hier wilt toevoegen, schroom dan niet en mail mij via: info@bommeltje.nl.


HOE IK OP
B.82 GRAVE TERECHT KWAM
door "Jack" Hillman
125 Wing Hoofdkwartier Telefoonsectie.

Ik ging in dienst bij de Royal Air Force (RAF) in februari 939 als een telefonist, en na diverse posten en oefeningen in het Verenigd Koninkrijk, werd ik toegevoegd aan de 125 Fighter Wing op RAF-vliegveld Ford in April 1944.

Foto van Jack Hillman, genomen in Southampton, wachtend op de inscheping naar Normandië in juni 1944 Ik behoorde tot de Advance Party (voorgeschoven eenheid) van 125 Wing - wat inhield dat wij altijd als allereersten op een Landing Ground (landingsterrein) arriveerden en hielpen bij het inrichten er van - dit was meestal een week of zo voor de landing van de uiteindelijke Squadrons.

Om veiligheidsredenen was het ons niet toegestaan om een dagboek bij te houden - alhoewel, zonder twijfel, sommige dat toch deden - vandaar dat ik al de relevante gegevens in mijn zakboekje opschreef. Om dezelfde redenen was het ons eveneens niet toegestaan om een camera te hebben, vandaar dat ik veel van mijn vrije tijd al tekenend doorbracht - helaas zijn deze tekeningen al lang geleden kwijtgeraakt.

Onze groep kwam op 18 juni aan Franse land bij Courseulles-sur-Mer, en hielp onze eerste Landing Ground opbouwen bij (B.11) Longues-sur-Mer, alwaar we ongeveer 6 weken verbleven. Hierna verhuisden we, in augustus, naar (B.19) bij Lingevres in de buurt van Tilly.

Nadat we in augustus eenmaal door de duitse stellingen waren gebroken, ging het snel via noord Frankrijk, België in op 4 september naar (B.60) Brussel/Grimbergen waar we enkele dagen bleven. We sliepen in of onder onze trucks, totdat we verder konden trekken naar (B.70) Antwerpen/Deurne op 7 september.

Jack hield een lijst bij van de Advanced Landing Grounds (ALG's) die hij 'bezocht'. Opvallend is de datum - 20 september. Hij arriveerde als een van de eersten op B.82 Grave Onze squadrons voegden zich bij ons op 17 September, maar wij, als de Advance Party, moesten daar in allerijl weg en gingen via de corridor, welke 2 of 3 keer was onderbroken, naar (B.82) Grave op 20 September om maximale ondersteuning te verlenen aan 1 Airborne Divisie bij Arnhem. Wij zaten daar en wachten - niet wetend of de B-groep of de Duitsers als eerste zouden arriveren. Gelukkig voor ons was de B-groep eerder.

Mijn herinneringen van B.82.Grave - Wij verbleven bijna een maand lang op een modderig veld in de buurt van een heel grote brug - het was verschrikkelijk!! Door het bijzonder slechte weer verhuisde ik van mijn tent naar een varkenskot (waarin de varkens nog steeds stonden te knorren en dagelijks door de boer gevoerd werden) - 's nachts moesten we onze hoofden bedekken met dekzijl en rookten we inbeslaggenomen Duitse sigaren tegen de stank van de varkens!!!
Vervolgens verhuisden we naar een koeienschuur - wederom samen met de koeien - en dat stonk net zo veel!! De koeien stonden achter een ijzeren hek en bleven er hun kop en vooral de horens doorheen steken - vandaar dat we steeds attent moesten zijn op eventuele spontane bewegingen om niet gespiesd te worden!! In verband met sabotage door Hollandse arbeiders tijdens de aanleg van het vliegveld voor de Duitsers was de drainage (de afvoer van overtollig (grond-)water) zeer slecht. Bovendien werden we met grote regelmaat gebombardeerd door de Luftwaffe.

Terwijl ik op de vliegstrip bij Grave gestationeerd was, ging ik naar de Graafse brug om navraag te doen naar mijn broer Ken (Corporal K Hillman 1 Platoon, A Company 1st Battalion Rifle Brigade, 22 Armoured Brigade, 7th Armoured Division), omdat ik wist dat een Armoured Division betrokken was bij de opmars naar Arnhem (hij was in de Guards Armoured Division) - Mij werd verteld dat zijn divisie niet daar was, ze waren elders actief en meteen werd mij aangeraden om vliegensvlug terug te keren naar het vliegveld. Om mijn vraag waarom, vertelde men mij dat de Duitsers de brug met regelmaat van de klok om 4 uur 's middags bombardeerden. Ik regelde een lift achterop een 'bren-gun' en mistte het bombardement om een haartje!!

Jack heeft nog steeds een biljet van Een Gulden met het portret van Koningin Wilhelmina. Opmerkelijk is dat het in 1943 gedrukt is door de 'American Bank Note Company' Na een maand lang onder deze omstandigheden te hebben moeten leven en werken, werden we overgeplaatst naar (B.64) Diest Belgie op 30 oktober, vervolgens naar (Y.32) Ophoven, een paar kilometer ten noorden van Hasselt, alwaar we beschoten werden, terwijl ik druk doende was om een telefoonlijn aan te leggen naar de afstelplaatsen. Vandaaruit keerde ik terug naar Zeelste Nederland (B.78) Eindhoven op 20 januari 1945.

Tijdens de opmars naar Duitsland bleven we een paar dagen op (B.86) Helmond, (alleen de vooruitgeschoven groep) staken de Rijn over bij Rees en bogen Noordwaarts af naar noord Nederland (B.106) Twenthe, dichtbij Enschede. waar wij de eerste Fighter Wing waren die vanaf een basis ten oosten van de Rijn opereerden. Ten slotte arriveerden we op (B.118) Celle in de laatste slag waarbij "Gerry" (de Duitser) het onderspit moest delven - einde van de oorlog.

Hierna trokken we door de Duitse linies en het platteland Denemarken binnen naar (B.160) Kastrup, Kopenhagen, om ook daar het gebied te bevrijden. Vandaaruit gingen we naar noord Duitsland (B.172) Husum, alwaar helaas de beste Fighter Wing (125) ontbonden werd op 14 juli 1945. Ik bleef in als bezetter dienst doen alvorens naar mijn familie in Groot Brittanie terug te keren. Ik bleef in dienst van de Royal Air Force tot 1957.


CONTACT VERLOREN MET 127 WING door Charles Clark
from Canada
.

Ik diende bij het 127 Wing RCAF (Royal Canadian Airforce) en was eind oktober gestationneerd in Grave. Mijn werk bestond uit het draaiende houden van generatoren en het leveren van electriciteit aan de diverse tenten en trucks die als werkplaatsen dienden voor de verschillende vliegtuigen. Ik heb niet veel informatie over het leven op de Graafse (lees Keentse) airstrip, behalve dan dat het ontzettend veel regende en dat de door ons gegraven greppels altijd vol met water stonden. De Duitsers hadden de nare gewoonte om ons te bestoken met bommen die er op gericht waren om zoveel mogelijk van ons uit te schakelen. Deze bommen hadden als bijkomstigheid te stuiteren op de moerassige grond en vervolgens te exploderen. Hoe ze konden stuiteren is me niet duidelijk.

Op een natte dag was ik mijn hemd aan het koken (om te proberen er het vuil uit te krijgen) waarbij we door de Duitsers aangevallen werden. Ik hoorde de vliegtuigen komen en kon de kleine bommen voelen en horen. Eentje raakte mijn tent en deed mijn vuur uiteen spatten en ik maakte me uit de voeten en wierp me in een met water gevulde greppel. Door het water kon ik er niet helemaal in en kreeg subiet een lading granaatscherven in mijn achtereind.

De sergeant zag wat er gebeurde en trok me er uit en knipte mijn broek open om te zien hoe groot de verwonding was. Met een ambulance werd ik naar een ziekenhuis in de buurt gebracht - weet niet precies waar. De wond viel mee en werd dichtgenaaid en ik moest een nacht in het ziekenhuis blijven. De volgende dag mocht ik gaan, maar inmiddels was de 127 Wing vertrokken en ik kon nergens meer naar toe. Ik hoorde dat ze voor de winter naar Brussel (Evere) waren vertrokken. Daardoor moest ik in het ziekenhuis blijven... en nog wel zonder broek. Terwijl ik daar rond liep met alleen een oude jas aan, zag ik op een waslijn een paar broeken hangen. Even rondgekeken of er niemand was... en een van de broeken was daarna van mij. Ik verliet het ziekenhuis, regelde een lift terug naar Brussel en ik was maar wat blij om iedereen weer terug te zien.



ONZE EZEL WEIGERDE DIENST door Martien van Bommel.

Zo zag Volkel er uit na hevige bombardementen door de Geallieerden in de zomer van 1944. In augustus 1944 werd het vliegveld van Volkel (B.80) bijzonder zwaar gebombardeerd door de Geallieerden. Omdat reparaties veel tijd in beslag zouden nemen, werd er besloten om enkele reserve landingsstrips in de omgeving van Volkel te bouwen. De Luftwaffe besloot een grasstrip in de voormalige Maasbocht bij Keent te prepareren. Mensen van de omliggende plaatsen werden gedwongen om op de strip te werken en een en ander te bespoedigen.

Ik was 19 jaar oud en woonde op een boerderij in Escharen (bij Grave). Ik moest onze hit (ezel) en een karrewagen naar de strip brengen en meewerken aan de bouw van de landingsbaan, terwijl we bewaakt werden door Duitse soldaten met het wapen in de aanslag. Als je niet kwam opdagen, kon dat gevangenschap of zelfs deportatie betekenen.

Mijn werk bestond er uit om mijn wagen te vullen met graszoden, zand en modder en het vervolgens van de ene plek naar de andere te brengen. Niet zo'n moeilijk werk zou je denken, ware het niet dat niemand op de koppigheid van mijn ezel had gerekend. Onze 'hit' stond er nou niet bepaald om zijn medewerking bekend en was bijzonder nerveus bij vreemde geluiden.

En natuurlijk, het gebied was vervuld van vreemde geluiden. Als ik mijn wagen geladen had, begon ik te wandelen en mijn ezel volgde me dan trouw.... totdat er een truck voorbij reed. Dan brak de hel los en het dier begon op en neer te springen, omlaag en omhoog en zo ook de lading van zand en modder die al gauw overal en nergens op het veld verspreid werd.

Na een drie- of viertal pogingen met hetzelfde resultaat, gaven de Duitsers zich gewonnen en geboden mij om voor de rest van de dag samen met mijn ezel ergens in een hoek van het veld te gaan staan. Sommige Nederlandse arbeiders staken hun plezier niet onder stoelen of banken en barsten uit in lachen, elke keer als mijn ezel zijn kuren vertoonde, hetgeen de Duitsers natuurlijk alleen maar kwader maakte. Gelukkig voor mij, vertelden ze me aan het einde van de dag om naar huis te gaan en ik zou er goed aan doen om niet meer terug te komen. Een raad die ik maar al te graag zou opvolgen.

Ondanks alle tegenslagen, de pogingen om het drainagesysteem te saboteren, de vertragende tactieken van de Nederlanders, kwam het vliegveld in de eerste week van september toch gereed, maar werd echter nooit door de Luftwaffe gebruikt in verband met de landing van parachutisten op 17 september 1944 - waarmee de bevrijding van Grave en zijn omgeving in gang werd gezet.