'Graeft Voort', een door mij zelf ingekleurde afbeelding van een schilderij, waarvan het origineel hangt in het Noord Brabants museum in 's Hertogenbosch en waarmee men een naamsverklaring probeert te geven voor Grave (klik voor het origineel)

Terug naar BOMMELTJE.NL Click here for the English pages Inhoudsopgave

Bezoek ook eens Weerstation Grave, voor méér dan alleen het weer...

naar boven

naar start

Buitenaanzicht van de Hampoort HAMPOORT:
De naam "Hampoort" is afgeleid van "ham", een algemene benaming voor een bij water gelegen stuk grond, een griend. Toen het Merletcollege aan de Stoofweg nog HAVO was, droeg de school de naam van "Griend". Die plaats en het zwembad "De Ham" geven aan waar men in Grave de "ham" moet gaan zoeken. Van de oude vestingpoorten van Grave is de Hampoort als enige overgebleven.

De Hampoort van nu heeft vele voorgangers gekend. De oudst bekende vermelding spreekt in 1309 van een huis bij de Hampoort. Deze Hampoort stond niet op de plaats van de huidige. In 1626 is op bevel van de Staten-Generaal de Hampoort verlegd naar de buurt van de kruising Hamstraat-Gasthuisstraat. Deze nieuw gebouwde Hampoort kwam in het kader van nieuwe inzichten over vestingbouw midden in een courtine te liggen en kreeg ter beveiliging een ravelijn voor zijn neus. De poort uit 1626 werd niet gesloopt, maar heeft in elk geval tot 1751 dienst gedaan als woning.

Tijdens het beleg en verovering van Grave door prins Willem III in 1674 waren stad en vestingwerken zwaar beschadigd. De bouw van de nieuwe vesting Grave na de Vrede van Nijmegen (1678) was een onderdeel van een algehele vernieuwing van het Nederlandse vestingstelsel. De nieuwe vesting Grave kreeg een geheel nieuw aanzien en werd gebouwd volgens de zogenaamde Franse methode. Timpaan met bouwjaar en wapens van de Republiek der Verenigde Nederlanden en van prins Willem III De bouw ervan duurde van 1680 tot 1689. In 1686 begon men aan de bouw van de huidige Hampoort, welke gereed kwam in 1688, zoals op de fraaie buitengevel is te zien.

De Vestingwet uit 1874 past in de nieuwere visie van de 19e eeuw, waarin vestingen als versterkt militair centrum een gepasseerd station waren: weer werden vestingen voor ontmanteling aangewezen, o.a. Grave. Daarom moesten de verdedigingswerken worden gesloopt. De burgers hadden daar geen bezwaar tegen, want de stenen uit de poorten en muren konden goed gebruikt worden voor de huizenbouw in de stad. Bovendien konden de Gravenaren op deze wijze letterlijk en figuurlijk over de stadswallen kijken. De totale sloopperiode in Grave heeft geduurd van 1876 tot 1914. Gelukkig ontsnapte de Hampoort aan de sloopwoede. De houten brug werd niet meer gebruikt door de aanleg van een weg buiten de Hampoort om, raakte in verval en stortte op een goede dag in elkaar.


Deze stadspoort wordt één der merkwaardigste poortgebouwen van Nederland genoemd door zijn klassieke Nederlandse barokstijl, in zgn. Palladiaanse pilasterorde en bandverdeling uitgevoerd. Het stadhuis in Den Bosch vertoond veel kenmerken van deze stijl. Eeuwenlang heeft men aangenomen dat de bekende vestingbouwer Menno van Coehoorn de Hampoort gebouwd heeft. Gedegen historisch onderzoek heeft echter aangetoond dat Menno van Coehoorn in elk geval niet de bouwmeester van de Hampoort is. Wie hem dan wel gebouwd heeft is niet zeker, mogelijk kunnen we dit feit ooit aan de archieven ontfutselen. Het gebouw is opgetrokken uit kalk/zandsteen en baksteen. Het bestaat uit een met ribloze kruisgewelven overdekte doorgang die aan de stadszijde uitmondt in een eveneens met ribloze kruisgewelven overdekte hal, waarin twee vrijstaande pijlers met aan elk der zijden een overdekte ruimte. Dat in de doorgang twee knikken zijn aangebracht, is geen toevalligheid. Een poort is immers het zwakste deel van het verdedigingsstelsel. Door er nu knikken in aan te brengen, werd het onmogelijk om met een kanon of met geweren dwars door de poort te schieten. De totale lengte van het gebouw bedraagt 40 meter. Nadat men de twee grote (originele) dubbele deuren is gepasseerd komt men aan de gracht. Een maquette van de Hampoort (het 'dak' is voor ons naar achteren verplaatst om in de zijruimten te kunnen kijken / de linker 'verlichte' zijruimte is in gebruik als dienstwoning) Het timpaan aan de landzijde omvat naast het jaartal 1688 de wapens van de Republiek der Verenigde Nederlanden en dat van prins Willem de Derde van Oranje.


Na de restauratie van de Hampoort in 1990 zocht de Gemeente Grave naar een zinvolle invulling van het gebouw. Het Cloveniersgilde was al enige tijd zoekende naar een ruimte voor een kruisboogbaan/gildekamer en de Gemeente trok f 120.000,- uit voor de renovatie van de rechtervleugel van de Hampoort. Tijdens deze werkzaamheden kwam aan het licht, dat het grote poortgebouw zeer waarschijnlijk gebouwd is tegen het "bijgebouwtje", dat nu dienst doet als keuken/garderobe/toilet. Het is (nog) niet bekend, welke functie dat gebouwtje had voordat de Hampoort er tegenaan werd gebouwd. Bij het maken van een doorbraak naar het bijgebouwtje kwam de schoorsteenopening te voorschijn van de grote schouw, waarvan de kalkstenen steunen nog zichtbaar zijn. In een hoek van het gebouw zijn bij een eerdere restauratie trekstangen aangebracht om te voorkomen, dat het scheurende gebouw uiteen zou vallen. Bij de overgang van de vloer naar de muren is duidelijk te zien, hoe zeer de muren uit het lood hangen.

In de stijlvol ingerichte gildekamer/kruisboogschietbaan houden de gildebroeders van het Cloveniersgilde hun schietavonden en andere bijeenkomsten. Opvallend is het oude zwaar beschadigde gildevaandel uit 1811. De komst van Napoleon was voor zo'n 30 Gravenaren aanleiding het ingeslapen gilde nieuw leven in te blazen. Na het vertrek van Napoleon liepen dezelfde gildebroeders met hetzelfde gildevaandel achter Koning Willem I aan. Alleen knipte men de adelaar van Napoleon uit het vaandel en naaide over het gat een doek met daarop geschilderd een huldeblijk aan de nieuwe Koning.

Bron: Cloveniersgilde Grave


BRUGPOORT en MAASPOORT
De Brugpoort moet een monumentaal pand zijn geweest in bijna de zelfde orde en grootte als de huidige Hampoort, hetgeen van gravures en pentekeningen valt af te zien. Via de Brugpoort kon men, net als bij de Hampoort, over drie bruggen en een ravelijn de stad verlaten om aansluitend de weg naar resp. Cuijk of vestingstad 's Hertogenbosch te vervolgen. Via de enige waterpoort die Grave rijk was, de Maaspoort, kon men, letterlijk door de wallen heen, naar het aan de overzijde gelegen kroonwerk Coehoorn en van daaruit zijn weg vervolgen naar vestingstad Nijmegen. Ook gaf de Maaspoort toegang tot de kade, waar schepen gelost en geladen werden. Daar stonden in vroegere tijd paarden gestationeerd om wagens met zware vrachten behulpzaam te zijn bij het op de kade trekken of ze bij het afgaan van de helling achterwaarts af te remmen. De Maaspoort was voor Grave van economisch belang, daar de bevoorrading grotendeels over water geschiedde.

De Brugpoort en Maaspoort vielen in het kader van de ontmanteling van de vestingwerken in resp. 1876 en 1877 onder de slopershamer. Door het afgraven en slopen van de wallen, de poorten, de bastions, enz. werd Grave geleidelijk aan weer een 'open' stad. Het moet voor de toenmalige inwoners een vreemde gewaarwording zijn geweest, dat men vanuit de woonhuizen 'over' de wallen heen naar 'buiten' kon kijken.
De Maaspoort werd in 1994 naar oude tekeningen herbouwd, zij het met de beperkingen die het verkeer en het hoge water nu met zich meebrengen.