Het Diamond Systeem - de basis (RC puntensysteem)
Omdat de houten rand rondom het biljart niet bewerkt kon worden - we rusten daar immers regelmatig met de hand op tijdens de afstoot - bedachten biljartfabrikanten in voorgaande eeuwen een versiering die in het hout verwerkt werd. In de loop der tijd werd een bepaalde verdeling standaard, namelijk de lange band werd in 8 gelijke delen en de korte in vier evengrote delen opgedeeld.
De naam "Diamond" is afkomstig van de vorm van de ivoren of parlemoeren versiering, namelijk een diamant in ruitvorm. In het begin werden deze door de biljarters enkel gebruikt als aanknopingspunt, echter, hier kwam verandering in met de opkomst van het driebandenspel.
De waarde van dit systeem is omstreden. Zeker is dat het systeem van een goede rekenaar nog geen goede biljartspeler maakt. Daar komt wezenlijk meer bij kijken. Toch heeft het een voordeel - aangezien niemand een concept voor de driebandentraining heeft, kan men zich met het diamondsysteem een goede ondergrond voor spelopbouw verschaffen. Men leert namelijk het onzichtbare net van looplijnen kennen, het biljart is vanaf nu niet meer een grote, groene vlakte zonder aanknopingspunten.
Raymond Ceulemans publiceerde zijn puntensysteem in het boek "Mister 100", maar het werd pas echt bekend gemaakt door Jean Verworst door zijn boekje "Berekend biljarten". Het hier besproken systeem wordt als het universele systeem voor het driebandenspel beschouwd. Het is niet ongewoon dat tijdens een partij meer dan 30% van de stootbeelden in aanmerking komen voor deze techniek.
De voorbeelden hieronder zijn slechts een kleine greep uit de patronen die voor deze methode in aanmerking komen.
|
De afstoot:
De Stoothoogte: Effect: Stand van de keu: |
-
Midden bal Maximaal loopeffect Horizontaal |
Het onthouden van de tellingen voor de verschillende referentiepunten:
vertrek- , richt- en aankomstpunt, in de tekeningen (V, R, A), kosten wat meer tijd. De waarden van die punten is voor elke
band verschillend en niet regelmatig verdeeld.
Opmerking: Bij problemen met het onthouden van de verschillende tellingen van het systeem, wordt aangeraden om de eerste
keer de methode alleen te gebruiken voor gebieden:
- Aankomst tussen 0 en 40.
- Vertrek tussen 35 en 60.
Als deze berekeningen geen problemen meer geven dan kan het gehele bereik van het systeem benut worden.
Deze methode is geldig voor alle stoten via de lange band naar de korte band, waarvan de waarde van het vertrekpunt
groter is dan de waarde van het aankomstpunt.
Bij het onderstaande schema is goed te zien dat het systeem hier niet geldig is. Het vertrekpunt ligt op ligt op 30 en het
aankomstpunt op 50.Het maximale bereikbare punt is 30 als op het punt 0 gemikt wordt.
Het is noodzakelijk de looplijnen, zoals op het onderstaande figuur aangegeven, uit het hoofd te kennen. De
waardepunten zijn tegenover de merktekens op de band aangegeven.
Opgelet: vanaf het aankomstpunt met de waarde 40 aan de lange band(3e band), is de afstand tussen 2 merktekens, tot de waarde
90, 20 punten!

In onderstaand voorbeeld heeft het aankomstpunt de waarde 20. Het is belangrijk te beseffen dat de aankomstwaarde 20 geldt voor elk punt op die lijn. Er is geen verschil in berekening tussen onderstaand voorbeeld en die daar onderstaan.

Als de speelbal langs de band ligt dan gelden de in onderstaande tekening aangegeven waarden.
Bij de originele site staat een tabel die gemakkelijk uit de tekening af te leiden is.

Opgelet: bij onderstaande afbeelding wordt vanaf het richtpunt met de waarde 50 steeds met dubbele punten gerekend.
Als de speelbal niet aan een band ligt gebruik dan de keu om het vertrekpunt op de band te bepalen, zodat de formule Richtpunt = Vertrekpunt - Aankomstpunt toegepast kan worden. De speelbal is het draaipunt van de looplijn.

Het systeem is prima toepasbaar op zgn. “bal eerst” patronen. Om het mikpunt, of beter gezegd het raakpunt
van de speelbal met de band, te vinden, moet dezelfde methode gebruikt worden om zowel een mik- als vertrekpunt te vinden
dat aan de formule voldoet.
Ditmaal is bal 2 het draaipunt van de raaklijn en niet de lijn door het centrum van de bal.

Nadat de derde band geraakt is gaat de speelbal onder een hoek van 45 graden afslaan.
Zie hieronder een tweetal voorbeelden:

Dit is een aanvulling op bovenstaand Diamondsysteem. Het is aan te bevelen om eerst bovenstaand systeem uitgebreid te oefenen, vooraleer u zich aan onderstaande materie waagt.

De Stoothoogte: |
Afhankelijk van de positie |
1. Tel het aantal diamonds tussen de twee ballen aan de band.
In het voorbeeld hieronder 3.
2. Deel het aantal diamonds door 2. (3/2 = 1.5)
Bijzonder dank aan dhr. Jan G. van der Kraan voor
zijn
vertaling en verdere Nederlandstalige uitwerking van het
basis driebanden diamondsysteem van BC Sottevillais.
Bezoek de site van Jan voor meer driebandensystemen.
|
Mail deze pagina |