Print deze pagina Libre oefenvoorbeelden

Onderstaand treft u een tachtigtal librespelsituaties aan. Voor de duidelijkheid wordt steeds met wit afgestoten. Een goed uitgevoerde stoot zorgt er steeds voor dat u een ideale tot redelijk te maken vervolgstoot zult overhouden.

Oefeningen voor beginners

1 2
1 Rechtstreeks trekken
Rustig, iets doorgeschoten trekstoot, zonder zijeffect. De keu gaat rustig naar voren. Deze positie speelt in het seriespel in een wat afwijkende vorm een belangrijke rol.
2

Rechtstreeks trekken
Deze figuur stelt hogere eisen aan de afstootkwaliteit en is daardoor een goede graadmeter voor uw technische kunnen. Laag afstoten zonder zijeffect.

3 4
3 Trekbal
De speelbal wordt niet te laag gestoten, om te voorkomen dat de bal na balcontact te veel naar rechts afbuigt.
5

Trekbal
De zelfde stoottecniek als hiervoor. De speelbal caramboleert voor het arriveren van bal 2.

5 6
6 Trekken
Rustig en iets doorgeschoten, omdat een te felle stoot de wat gebogen loop van de bal oncontroleerbaar maakt.
9

Piqué
De middelste bal is de speelbal. De bal wordt met verticale keu zonder zijeffect en rustig gestoten.

7
10 Massé
De keu wordt op ongeveer 70 graden gehouden (dus niet helemaal vertical). De speelbal dient linksvoor te worden afgestoten, de gele bal nét rakend. Indien goed uitgevoerd levert deze stoot eenSerie Americaine op.

8 9
12 Bandstoot
In deze positie wordt bal 2 meestal te vol geraakt. De speelbal zonder effect iets onder het midden afstoten.
14

Bandstoot
Het trefpunt van de speelbal bepaalt het raakpunt op de lange band. Een korte voorkeu verhinderd een ongewenst hoger of lager afstoten.

10 11
15 Bandstoot
Om de reactie van de speelbal te controleren, rustig en kort afstoten. De speelbal met linkseffect onder het midden raken.
16

Bandstoot
De speelbal heeft de neiging om na afstoot te springen. Door met korte keu te stoten (pak de band met een ingetrokken vinger vast) kan dit effect vermeden worden. Zo vlak mogelijk met iets linkseffect afstoten

12 13
17 Bandstoot
Vlakke afstoot en bal 2 niet te vol raken, omdat de speelbal anders door wil lopen en de hoek niet meer haalt. Rustig en kort afstoten. Hoe langer namelijk een bal met effect de band raakt, des te groter zal de afwijking zijn.
18

Bandstoot
De speelbal boven het midden met wat rechtseffect afstoten. Het rechtseffect helpt bal 2 genoeg snelheid mee te geven.

14
20 Bandstoot
Met links effect boven het midden afstoten.

15 16
24 Bandstoot
Zonder effect iets onder het midden afstoten. Een afwijkende oop van de speelbal kan worden voorkomen door een rustige voorstoot.
26

Bandstoot
De speelbal in het midden afstoten. Om deze positie onder de knie te krijgen, moet het aanspeelpunt op bal 2 worden gevonden door de situatie regelmatig te oefenen.

17 18
Bandstoot
Een beetje links effect, iets boven het midden gestoten. De afstoot wordt iets doorgeschoten, echter bijtijds gestopt.
39

ABC
Om de klos te vermijden, moet bal 2 richting korte band gestuurd worden. De speelbal boven het midden met rechtseffect afstoen..

19 20
40 Lange ABC
Speelbal boven het midden met maximaal links effect nemen. Doorgeschoten afstoot.
41

ABC
Iets boven het midden raken met rechts effect. Door een rustige afstoot wordt de controle over de loop van bal 2 verkregen.

21 22
43 Lange ABC
Om de klos te vermijden, de speelbal met rechts effect afstoten. Deze caramboleert voordat bal 2 arriveert.
44

ABC
Lange doorgeschoten stoot met rechts effect, iets onder het midden geraakt. De speelbal loopt voorop om een klos te vermijden.

  Print deze pagina

Oefeningen voor gevorderden

Voor de duidelijkheid wordt steeds met wit afgestoten. Een goed uitgevoerde stoot zorgt er steeds voor dat u een ideale tot redelijk te maken vervolgstoot zult overhouden.

23 24
4 Trekstoot
Om de kracht op bal 2 te verminderen, dient met volledig ontspannen onderarm te worden afgestoten, terwil de keu achter iets omhoog gaat en bij het zwaartepunt wordt vastgehouden. De speelbal kort afstoten.
7

Doorschieten
Om de speelbal af te remmen, moet het raakpunt halfhoog worden gekozen. Om het punt met vertrouwen te kunnen maken, moet de keutip in de verlenging van de stoot stoppen.

25 26
8 Trekken
Een zelden gespeelde oplossing. Het is de bedoeling om de klos te vermijden. Voor een betere controle de bal lang en doorgeschoten afstoten.
13

Bandstoot
De speelbal iets boven het midden zonder effect of met minimaal rechts effect spelen. Het afketsen van de speelbal na balcontact is door een doorgeschoten afstoot beter controleerbaar.

27 28
19 Bandstoot
Deze zelden zo gespeelde figuur is met de goede stoottechniek niet zo moeilijk. De speelbal wordt met een beetje links effect iets onder het midden gestoten. De voorstoot is lang en snel.
22

Bandstoot
Bal 2 ca. ¾ vol stoten. De afstoot midden hoog met zeer weinig rechts effect.

29 30
23 Bandstoot
De speelbal gecentreerd nemen en rustig afstoten. Door het contact behouden beide ballen contra effect.
25

Bandstoot
Afstoot in het midden. Bal 2 wordt bijna vol geraakt. Een belangrike oefenstoot voor het kaderspel.

31 32
29 Doorschieten
Hoog afstoten met vlakke keuvoering en links effect. Bal 2 wordt minimaal links geraakt.
30

Doorschieten
De speelbal met maximaal rechts effect onder het midden afstoten. Het trekeffect gaat verloren, het rechtse effect blijft echter behouden. Tegenover een hogere afstoot behoudt de lager geraakte bal wat langer zijn richting..


33 34
31 Snijden via band
Om deze bal zelfverzekerd te kunnen spelen is een rustige en lang doorgeschoten stoot nodig met horizontale keuvoering.
32

Trekken over band
Door de overname van het rechtseffect van de speelbal kan bal 2 nog de weg van een ABC afleggen en zich bij de witte en rode bal voegen..

35 36
34 Via band
De speelbal wordt met maximaal links effect gestoten. De afstoot wordt extra doorgeschoten, om bal 2 genoeg vaart mee te geven.
35

Ontmoetingsstoot
De speelbal wordt middenhoog gestoten. Het effect bepaalt de kant waar wit en rood elkaar ontmoeten. Dat betekent bij links effect ontmoeten de ballen elkaar aan de linkerkant en omgekeerd. Bal 2 vol spelen.

37 38
36 Ontmoetingsstoot
Door bal 2 vol te raken krijgt deze vaart van de band en maakt plaats voor de terugkerende bal 3. Als de speelbal dichter bij de lange band zou liggen, zal rechts effect de carambolage vergemakkelijken.
37

.Ontmoetingsstoot
De speelbal met rechtseffect en hoog afstoten aan de band leggen. Bal 2 brengt bal 3 naar de speelbal toe..

39 40
38 Triplé
Zonder effect, horizontale rustige afstoot om kromming te voorkomen.
42

Rond
Om de klos te vermijden moet bal 1 eerder via links over de lange band verlopen, bal 2 meer van rechts over de korte band. Iets boven het midden met rechtseffect afstoten.

41 42
45
Harmonica
Beetje rechts effect en een horizontale afstoot gebruiken, om de speelbal beter te controleren.
47

Rond
Een relatief eenvoudige oplossing, wanneer bal 3 "breed" in de hoek ligt. Belangrijk: bal 2 moet via links over de korte band naar de hoek lopen.


43 44
49 Contra
De speelbal met maximaal links effect afstoten. Als op grond van de positie maar weinig vaart aan bal 2 kan worden meegegeven, dan verlengt u de loop van de speelbal. Daarvoor moet iets krachtiger worden gestoten, hetgeen ook de vaart van bal 2 ten goede komt.
51

Op de klos
Doorschieten, zonder effectt.

45 46
54 Via band
Om het verloop van de speelbal in de hoek beter te controleren, moet men proberen steeds hetzelfde punt aan de lange band te raken.
56

Voorbandje
Het geringe links effect van de speelbal wordt door band- en balcontact opgeheven. 

47 48
60 Voorbandje
De speelbal is zonder effect gemakkelijker te maken.
63

Trekken over een band
Lang doorgeschoten bal in het midden afgestoten. Het door balcontact ontstane links effect is genoeg om de bal in de juiste richting te sturen.

49 50
64 Rechtstreeks trekken
De speelbal in 't midden afstoten. Bal 2 wordt bijna vol geraakt. Het snijpunt van de lijnen zal eerst door bal 2 worden gepasseerd.
68

Trekken over een band
Bal 2 pendelt op en neer.
De speelbal wordt met links effect getrokken.

51 52
69 Bandstoot via tegenband
De speelbal middenhoog met links effect spelen.
73

Pendelaar
De hoog en met enig contra effect, in dit geval links effect, afgestoten speelbal caramboleert via de tegenband.

  Print deze pagina

Oefeningen voor experts

Voor de duidelijkheid wordt steeds met wit afgestoten. Een goed uitgevoerde stoot zorgt er steeds voor dat u een ideale tot redelijk te maken vervolgstoot zult overhouden.

53 54
11 Trekken
De met links effect gestoten speelbal treft bal 2 bijna vol. Door het overgedragen effect en de band pendelt bal 2 naar de hoek toe.
21

Doorgeschoten bandstoot
De speelbal wordt zonder effect gestoten en treft bal 2 vol. De afwijkende looprichting van bal 2 in vergelijking met die van de speelbal wordt verklaard door de grotere kracht waarmee bal 2 de band raakt.

55 56
27 Trekken via band
De speelbal wordt diep en zonder effect gestoten. Het effect van de diepe stoot toont zich pas aan de lange band. Bij contragevaar bal 2 minder dik raken.
28

Doorschieten
Door de speelbal niet te hoog af te stoten wordt het krommen van de looprichting vermeden.

57 58
46 Lange bandstoot
De speelbal met iets links effect en iets boven het midden raken.
48

Pendelaar
Middenhoog raken met iets links effect. Het moeilijke van deze stelling is het gecontroleerd stoten via bal 2 naar de band.

59 60
50 Half doorschieten
Iets meer dan halfvol met iets rechts effect aanspelen.
52

Bandstoot
De speelbal wordt met maximaal links effect zonder klos op de lange band gespeeld. Het is belangrijk dat de raakpunten van bal 1 en 2 op de lange band iets uit elkaar liggen.

61
53 Bandstoot
De speelbal iets rechts effect meegeven.

62 63
55 Voorbandje
Hoog afstoten met rechts effect. Bal 2 loopt voor en wordt dan door de speelbal, die door het effect versneld, ingehaald.
57

Trekbal
Diep, zonder effect en lang doorgeschoten afstoten

64 65
58 Trekken over band
De speelbal halflaag met maximaal links effect spelen en bal 2 ¾-vol treffen. De keutop beweegt tot aan de korte band en blijft liggen.
59

Voorbandje
Hoog en met iets rechts effect afstoten.

66 67
61 Rond
De speelbal met links effect en ver naar voren stoten.
62

Contra bandstoot
De speelbal wordt diagonaal gespeeld met rechts effect boven het midden gestoten. De daardoor ontstane kromming zorgt dat de speelbal net voor de hoek de band raakt.

68 69
65 Gebogen bandstoot
De afstoot zonder effect, iets boven het midden. Bal 2 wordt ¾ vol getroffen.
66

Gebogen bandstoot
Beschrijving als hiervoor. Voor beide figuren geldt: in combinatie met een hoge afstoot kromt de speelbal meer als bal 2 voller wordt geraakt.

70 71
67 Trekbal
Voor deze oplossing kan worden gekozen als het gevaar bestaat dat bal 2 in de hoek doodvalt. De speelbal wordt zonder effect iets onder het midden gespeeld.

71 72
70 Trekken over band
In het midden afstoten. Om een gevoel voor de loop van beide ballen te ontwikkelen is het aan te bevelen deze stoot veel te oefenen.
71

Trekken over band
Bal 2 dun aanspelen. De speelbal wordt diep, zonder effect gestoten. Een rustige vrije afstoot. De positie van bal 1 en bal 2 moet exact zijn. Bal 1 aan de band en bal 2 aan de kaderlijn. Leg 2 ballen naast de speelbal om de positie van bal 2 te vinden.

73 74
72 Trekken over band
De speelbal iets onder het midden zonder effect raken en lang doorschieten. De hoogte van de afstoot bepaalt de kromming van de loop van de speelbal.
74

Pendelaar
Een ongebruikelijke, maar desalniettemin maakbare variant. De speelbal wordt hoog met iets links effect gestoten.

75 76
75 Voorbandje
De speelbal wordt diagonaal met links effect gestoten. De aan de band vastliggende bal wordt weggespeeld en maakt de weg vrij voor de speelbal die met doorschieteffect caramboleert.
76

Ontmoetingsstoot via band
De speelbal treft bal 2 vol en neemt zijn plaats in en caramboleert met de terugkerende derde bal.

77 78
77 Boogstoot
De speelbal hoog met iets links effect rustig doorschieten.
78

Trekken van vast
Hoe sneller de speelbal het contact met bal 2 verliest, des te eerder bal 2 richting de hoek zal lopen. De speelbal wordt in het midden en snel afgestoten, om bal 2 naar de 2e diamant aan de lange band te manouvreren.

79 80
79 Op de klos
Bal 2 wordt bijna vol, en iets rechts geraakt. De speelbal krachtig afstoten en voldoende rechtseffect meegeven.
80

Op de klos
Een prachtige oplossing! De speelbal wordt met links effect boven het midden gestoten en treft bal 2 rechts. Beide ballen lopen richting de rode bal.





Bijzonder dank aan dhr. Hannes Rohner voor
zijn uitwerking van het libre oefensysteem.
Tekst en afbeeldingen zijn copyright bommeltje.nl




index | achtergrondinformatie | oefenvoorbeelden | série américaine




| Mail deze pagina | Framebreker
Copyright © 1997- - bommeltje.nl