|
1.
|
|
De speelbal loopt naar de bovenband en keert terug naar het beginpunt (ter controle: de keu niet wegnemen na de stoot).
|
|
|
Doel:
|
Recht en rustig stoten zonder effect.
|
|
2.
|
|
Langzaam gedoseert afstoten.
|
|
|
Doel:
|
Bal1
treft de andere beide ballen zonder dat deze ver van hun plaats gaan.
|
|
3.
|
|
Waarheen moet men spelen om het punt te maken ?
|
|
|
Doel:
|
Bal 1 treft de andere twee ballen, zonder dat deze ver van hun plaats gaan.
|
|
|
3a
|
Over een band.
|
|
|
3b
|
Over drie banden.
|
|
|
3c
|
Over vier of vijf banden.
|