
Biljartverhalen
uit de oude doos
Op deze pagina heb ik diverse oude krantenknipsels, verhalen van her en der, biljartadvertenties van weleer, video's en meer verzameld. Aanvullingen zijn van harte welkom via biljarten@bommeltje.nl
![]()
8 regels wat biljarters moeten doen en niet moeten doen
(Uit “De Biljartrevue” van december 1942)
![]()

Biljarten zonder handen (uit
“De Carambole” van maart 1925)
De handen van biljartkampioenen hebben in Amerika in biljartkringen menigmaal een punt van bespreking uitgemaakt. Men besprak het verzekeren van deze handen tegen een premie, die gebaseerd is op de kansberekening van het bekomen van licht of ernstig letsel.
Het slot van deze besprekingen was echter dat het nut van verzekeren niet voldoende werd gevoeld. Als voorbeeld werd aangehaald George Sutton, handless Sutton genaamd, die geen handen heeft en toch een zeer bekwaam biljartspeler is.
George Sutton, het biljartwonder zonder handen, maakte op 17 januari 1921 te New-York een serie van 799 caramboles op match-biljart, cadre, en heeft een serie van 3009 punten, match-biljart, libre, op zijn naam.
Klik hier om hem in het 'echt' bezig te zien.
![]()
Een goed biljart (Uit Het Biljart juli 1913)
De kwaliteit van een biljart was vroeger toch wel anders dan tegenwoordig en met name het ontbreken van verwarming. Men zocht hier allerlei oplossingen voor (zie hieronder) en bedenk dat dit stuk 93 jaar geleden is geschreven. Voor de authenticiteit laat ik de oude spelling intact.
Wat wij biljarters dan onder een goed biljart verstaan, is spoedig gezegd. Een tafel is naar ons idee dan pas goed, wanneer hij in alle opzichten correct loopt. Dat dit correcte loopen een uitvloeisel is van zuiver waterpasstellen, van prima laken, geregeld rein gehouden, van prima ballen, prima banden, etc., wij weten 't allen. Er komt echter nog iets anders bij, n.l. de temperatuur en het vochtigheidsgehalte. Twee zeer groote factoren.
Zet een, in alle opzichten, prima biljart in een vochtige ruimte en binnen enkele uren na plaatsing is het voor 1e klas spelers ongenietbaar .Nu ja, men kan er wel een partijtje op rollen, maar is niet dat, wat men verlangt.
Een nat laken en kleffe ballen leenen zich nu eenmaal niet voor een 1e klasse partij. De ballen kleven vast, er zit geen schot in. Iedere stoot komt anders uit dan men bedoelt.
Om deze traagheid van 't biljart op te heffen, gaat men 't biljart verwarmen.
Dit verwarmen, dat tot gevolg heeft, dat 't laken, droog en boven kamertemperatuur komt, geschiedt naar mijne meening, nog op zeer primitieve wijze.
Immers de meest gebruikelijke weg, heden ten dage, is die door middel van waxinelichtjes direkt onder de lei aan te brengen. Een andere methode, welke men o.a. in de biljartzaal van Krasnapolsky kan bewonderen, is die door middel van de Oud-Hollandsche "test met vuur" geplaatst op een paar metselsteenen. Een zeer aestetisch gezicht opleverend. Intusschen mag niet ontkend, dat deze laatste methode, mits sterk genoeg, te prefereeren valt boven eerstgenoemde.
Wat toch gebeurt bij de verwarming met kaarsjes? Deze welke op dwarslatten geplaatst worden, direkt onder de lei, verwarmen deze slechts plaatselijk, zoo-dat men betrekkelijk heel warme naast koele plekken verkrijgt. Afgezien van 't gevaar van barsten van de lei door deze ongelijkmatige verwarming, lijkt mij deze methode niet ten volle aan 't doel te beantwoorden.
Over deze inderdaad "question brulante" nadenkende, kwam ik op een idee, dat ik aan de publiciteit wensch prijs te geven. Mogelijk dat eenig fabrikant er de juistheid van inziet en in toepassing brengt. (Laat ik tusschen twee haakjes even opmerken, ik mijn idee gratis, om niet, cadeau geef en het niet gepatenteerd heb). Ik stel mij dan als eene juiste verwarming, slechts de indirekte voor, en wel als volgt:
Men brenge onder 't biljart op circa 5 a 10 cm afstand van de lei, een ijzeren plaat aan, passende tusschen de lagers. Deze plaat worde dan van onderen, dus aan de buitenzijde verhit, 't gevolg zal zijn dat de ruimte tusschen lei en plaat gevuld zal worden met heete lucht, die de lei over haar geheele lengte en breedte gelijkmatig zal verwarmen.
Hoe men de plaat zal verhitten is bijzaak. Men kan dit doen door gasvlammen daaronder te brengen, hetgeen vóór heeft dat men de hitte kan regelen, men kan ook door testen met vuur of waxine-lichtjes in voldoende hoeveelheid, de oplossing vinden. Hoofdzaak is dat de verwarmingsbron niet direkt op de lei kan inwerken.
Ik stel mij volstrekt niet voor, waarde lezer, met deze regelen in den breede te hebben toegelicht, wat er zooal tot het verkrijgen van een goed biljart behoort, ik zou daartoe afgezien van de technische quaestie, te veel plaatsruimte vergen; ik heb slechts getracht op een kardinaal punt uwe aandacht te vestigen, een zaak waarop niet genoeg gehamerd kan worden, zoolang er nog directie's van biljartinrichtingen bestaan, die 't gewicht daarvan niet beseffen.
![]()
Een biljartwonder voor den rechter ( Uit de Biljartrevue juli 1939)
(Een jeugdzonde van de latere topbiljarter Kees de Ruijter)
Op 25 April j.l. heeft een 14-jarig biljartwonder zijn talenten op het groene laken gedemonstreerd voor een schare belangstellenden in een hotel-café-restaurant te Alphen a. d. Rijn.
Onder de toeschouwers bevond zich echter ook een ambtenaar van de Arbeidsinspectie, die speciaal voor dit doel uit Leiden was overgekomen en die de eigenaresse van het hotel door een rijksveldwachter op den bon deed zetten wegens overtreding van art. 61 van de Arbeidswet: het doen verrichten van arbeid door personen beneden den leeftijd van 18 jaar in koffiehuizen of café's 's avonds na 8 uur .
De eigenaresse van het hotel moest zich dezer dage voor den kantonrechter verantwoorden. Als haar gemachtigde trad op haar kleinzoon, die twee bedenkingen had tegen hetgeen wat ten laste was gelegd: In de eerste plaats van zeven weken achtereen vóór de séance reclame gemaakt door middel van advertenties en raambiljetten, terwijl hij ten overvloede toestemming had gevraagd aan de gemeentepolitie, en in de tweede plaats was z.i. geen arbeid verricht, maar eenvoudig een spelletje biljart gespeeld.
De ambtenaar van het O.M. was van oordeel, dat het jeugdige biljartwonder niet louter voor zijn genoegen speelde; hij wordt er bovendien voor betaald, al bestaat er dan geen bepaalde dienstverhouding tot den geen, die hem zijn honorarium uitkeert. Gemachtigde betoogde, dat onder arbeid verrichten in cafés moet worden verstaan het spoelen van glazen, bedienen enz., maar ook daarmee was de ambtenaar het niet eens.
De ambtenaar wees er in zijn requisitoir op, dat men bij het vaststellen van de bepalingen voor koffiehuizen en café's wel nooit zal hebben gedacht aan een biljartwonder. Nu die bepalingen er eenmaal zijn, valt echter ook dit er onder. De jongen speelt niet louter voor ontspanning en voor eigen plezier; integendeel, het spel kost hem ongetwijfeld veel inspanning en het doel ervan is geld te verdienen.
Spreker zag hierin dan ook inderdaad een overtreding van art. 61 der Arbeidswet, maar daar hij het feit niet bijzonder ernstig achtte, eischte spreker een geldboete van een gulden, subsidiair één dag hechtenis.
De kantonrechter zou 28 Juni schriftelijk vonnis wijzen.
(Naar later bericht werd is Keesje de Ruijter vrijgesproken).
![]()

![]()
De Nederlandse Biljartbond en de beroepsspelers Uit “De Biljartrevue” van januari 1943
Door de verordening van den Secretaris-Generaal van het Departement van Opvoeding enz. van 12 September j.l. zijn ook de beroepsspelers of professionals onder toezicht en leiding van den Ned. Biljartbond gesteld. Tot nader order heeft het Bestuur van den N.B.B. bepaald: .
Als beroepsspelers zijn door den N.B.B. erkend de heren M. A. F. Soliën te 's-Gravenhage,
D.H. van Eymeren te Rotterdam, P. A. Koehof te Amsterdam, G. J. N, Valkhof te Breda en Mejuffr. L. Schrier te Groningen.
..Zij mogen wedstrijden en seances geven onder de volgende voorwaarden: ,
a. Leden van den N.B.B. mogen slechts als tegenstander fungeeren met uitdrukkelijke
toestemming van hun afdeling.
b. zij mogen niet optreden in samenwerking met goochelaars of buiksprekers;
c. zij moeten van hun wedstrijden of seances het Bondsbureau zoo tijdig mogelijk op de
hoogte stellen.
d. Zij mogen vóór, tijdéns of na de voorstelling geen queues of andere voorwerpen doen
verloten (in strijd met de loterijwet).
Aangezien het gebleken is, dat enkele beroepsspelers zich aan deze laatste bepaling (d) absoluut niet houden, waardoor zij gevaar loopen hun vergunning te verliezen, wordt aan bondsofficials en leden dringend verzocht ongeoorloofde praktijken der profs onmiddellijk en zonder aarzelen ter kennis te brengen aan het Bondsbureau.
Wedstrijden of seances van andere dan de hierboven genoemde beroepsspelers zijn verboden.
Gezien het voorgaande is het aan te raden om te controleren of uw
tegenstander geen buikspreker of goochelaar meegenomen heeft :)
![]()

![]()
Onderstaand stukje is een anecdote uit een verhandeling over het ontstaan van het Biljartspel uit “Het Biljart” november 1949.
Het betreft de Fransman Mingaud, die gevangen zat om politieke redenen in het jaar 1827. Hem komt de eer toe in de gevangenis bij toeval de pommerans uit te vinden door een stukje schoenzool aan de keu te bevestigen.
Tot zijn verbazing bemerkte hij, dat hij nu in staat was grote effecten te forceren. De betekenis van deze ontdekking wordt door de volgende anecdote treffend geillustreerd.
Kort na zijn bevrijding bezocht Mingaud toevallig de biljartzaal van Mme Maury te Toulouse. Hij hoorde dat een persoon zich herhaaldelijk er op beroemde, dat hij met Mingaud, die een buitengewone roep als speler had, te Parijs had gespeeld. Bij de eerste aanblik wist Mingaud, dat hij de man nog nooit gezien had. Hij sloeg de spreker voor, een partijtje met hem te spelen. Het voorstel werd aangenomen en de ballen werden op acquit gezet. Mingaud stiet tegen een der ballen als wilde hij zijn queue even proberen.
Doch ziet: de witte bal trof de rode en inplaats dat hij verder rolt, komt de witte weer terug.
-Wat voor ballen geeft U me nu, vroeg Mingaud zeer ernstig.
-Maar mijnheer, dat zijn onze géwone ballen ,antwoordde de verbaasde kellner.
-Zo, zijn er hier dan ballen die achteruit lopen, indien men ze naar voren stoot ? zeide Mingaud. Hij speelde voor de tweede maal. En het zelfde geschiedde.
Zijn verbazing maakte indruk op het publiek.
-Met zulke ballen speel ik niet, zei Mingaud.
-Ik ook niet, riep zijn tegenstander. De ballen zijn behekst.
Terwijl men angstig de ballen van alle zijden bekeek, werden anderen gebracht. De partij begint opnieuw en reeds bij de tweede stoot komt Mingaud's bal terug en wel zo gelukkig, dat hij caramboleert.
-Hij is een tovenaar, riep de tegenstander uit, een pas terugwijkend.
-Hij is de satan in eigen persoon, kreunde de kellner.
En met zijn "trekken" won de biljartmeester de pártij zo schitterend dat hij zijn 20 punten reeds gemaakt had, toen de tegenstander nog met z'n tweede bezig was.
Daarop zei Mingaud lachend tot zijn beduusde tegenstander: "Thans kunt gij met recht zeggen, dat ge met Mingaud hebt gespeeld".
De uitvinding van de banden met effect deed de rest en de weg tot de caramboleerkunst was geopend.
![]()

"Het is ons een voorrecht een foto te mogen publiceren van Hare Majesteit Koningin Juliana, onze nieuwe vorstin. Men ziet Haar (toen nog prinses Juliana) kennis maken met onze sport tijdens een bezoek aan een Zeemanshuis in Canada. Wij zijn het Kabinet van de Minister-President dankbaar, dat het ons toestemming gaf deze unieke foto in ons officieel orgaan te publiceren."
![]()
Afbeeldingen op tabakswaren, lucifersdoosjes, kaarten, enz.:
Van het einde van de 19e eeuw tot de jaren 70 van de 20e eeuw werden er regelmatig biljartafbeeldingen getoond op tabakswaren en lucifersdoosjes, kaarten, sigarenbandjes, enz. Onderstaand treft u er daarvan een aantal aan:









![]()
Concentratie (uit “Het Biljart” december 1946)
Voor biljart gebruik je ballen,
'n Keu, een tafel en een lamp,
Plus een dosis concentratie,
Voor den concentratie-kamp.
Ieder speler kent dat foefje, Zoo onmisbaar bij biljart;
Maar dat je nergens kunt koopen! Zelfs niet in het zwartste zwárt!
Concentratie – wonder goedje -
wat het is, dat weet men niet,
Meestal lijkt het op een soort van: "'k Zie, ik zie wat jij niet ziet!"
Hoe 't ook zij, dat gekke goedje, Zoo gevarieerd in soort..
Heeft, dat is alom bewezen, Door den bank het laatste woord!
Bij den een is 't een pieraatje,
Bij den ander een sigaar,
Hier is het een hassebassie
Of een Churchillfakkel dáár;
Vaak is het een idee-fieksje Of een ingewikkeld iets,
Vaak is het ook heel eenvoudig: Vaak is het... eenvoudig niets....
En... tóch wil het soms niet komen
Maar, uit ‘t diepste van ons hart
Geven wij - dat is zoo mensch'lijk -
Dan de schuld maar aan 't biljart...

![]()
Leendert Cornelis van Tetterode: biljartbouwer (bron)
In Dordrecht was ene Leendert Cornelis van Tetterode actief als biljartbouwer. Hij sloot op 1 april 1843, blijkbaar voor de tweede keer, een hypotheek af op zijn woning aan de Gravenstraat voor 1950 gulden. Van Tetterode heeft kennelijk geld nodig want hij begint in het pand een biljartfabriek. Hij verscheept in 1844 een biljarttafel naar Batavia. Het schip Machtilda Cornelia van kapitein S. Lammerts vervoert: "Een Biljarttafel door hem alhier in zijne werkplaats gemaakt van eiken en opgelegen met Mahonij hout, gedekt met Inlandsch groen laken, uit elkanderen genomen en in zes Moscovische matten ingepakte en ider gemerkt met letter ‘T’."
Dat het huren van een biljart in die tijd best aan de prijs was, valt op te maken uit volgende Huurovereenkomst: "De ondergeteekende L. van Tetterode, billardmaker, wonend te Dordrecht erkenne verhuurd te hebben op 19 december 1872 aan den mede‑ondergeteekende J.C. Timmer, herbergier insgelijk te Dordrecht woonachtig, die erkend gehuurd en onder zijne berusting overgenomen te hebben; een palisander houten billard met inlegwerk en bijbehooren en zulks voor den tijd van een jaar ingaande december 1872 en eindigende den 19 december 1873 voor eene somma van negen en negentig guldens per jaar, te betalen in drie maandelijksche termijnen ieder van f 24,75."
7 jaar later is van Tetterode nog altijd werkzaam als "fabrikant van snelloopende billards", getuige een advertentie uit het 'Adresboek' van 1879.

![]()
Experimentele televisie (1949)

In de jaren van de experimentele televisie waren Henk Merz en Piet van de Pol uitgenodigd om voor de eerste kijkers in en rondom Eindhoven een demonstratie te geven. Een klein partijte van honderd, en om de vastgestelde tijd vol te maken zou Piet bij negentig stoppen om dan Merz aan de beurt te laten. Van de Pol ging spelen. Hij speelde door. Bij tachtig, vijfentachtig begon de regisseur al te zwaaien, maar Piet hield niet op. Bij negentig nog niet. Hij ging door en Merz kwam niet meer aan de beurt. Van de Pol zei na afloop. "Kom nou, wat moeten ze wel denken als ik op zo'n tafeltje niet eens een serietje van honderd kan maken?"
![]()
Uitnodiging per brief
Tegenwoordig informeren we via sms of Twitter of iemand zin heeft om te biljarten. Binnen 5 minuten kan het geregeld zijn. In de 19e eeuw ging het wat minder snel, maar per brief. De uitbaters van de biljartlokaties deden goede zaken met partijen op hoog niveau, waar veel liefhebbers naar kwamen kijken. Getuige onderstaande brief uit maart 1884 van een logementhouder "J. Homan" aan Roelf Bierling, een bekende biljarter in die tijd, om de handschoen op te nemen van een andere bekende biljarter Goye Bijlsma (de uitbater speelt de 2 biljarters handig tegen elkaar uit en mag zelf een flinke winst tegemoet zien):
Vriend Bierling!
De Koning van het billard, de Hr. Bijlsma heeft gisteren aangenomen om den 9den April a.s. met U eenen Kampstrijd te houden van 600 caramboles over band om een prijs van f 50,00. De partij zal alsdan worden verdeeld in twee hoofdseries, ieder van 300, met de eerste aan te vangen 's-middags 12 uur en met de tweede 's-avonds 7 uur. De hoofdseries worden in tweemaal afgespeeld, telkens 150 caramboles, met eene pauze van misschien een uur. Ik verzoek U mij eenigszins spoedig te berichten of U deze partij aanneemt.
Na vele groeten ook aan Uwe Vrouw, verblijf ik
![]()
Potje biljarten in een donkere kamer
Het volgende amusante en gedateerde verhaal is van de hand van Nicolaas Beets en gepubliceerd in Camera Obscura (1839) uit De Familie Stastok: het potspel. Klik hier om het te downloaden.
![]()
Interview met Jos Bongers 1995
De Wijkkrant, het krantje van Wijk Oost in Nijmegen, waar destijds ook de kersverse wereldkampioen bandstoten Jos Bongers woonde, heeft een gesprek met hem.
Klik hier om het pdf-bestand te downloaden.
![]()
Biljarten met een wandelstok
Eind jaren negentig kwam een goede vriend van me 's avonds tijdens de trainingsavond het café binnengewandeld en bediende zich daarbij van een wandelstok. Normaal zou het me niet zijn opgevallen, maar als een verder volledig gezonde kerel ineens een wandelstok nodig heeft, dan roept dat vragen op. Nadat hij een biertje besteld had nodigde hij me uit voor een biljartwedstrijd en dat hoef je bij mij nooit twee keer te vragen.
Ik pakte m'n keu uit mijn biljarthoes en zag uit een ooghoek dat hij zijn wandelstok op het biljart legde!? Hij schroefde er wat onderdelen af, haalde iets uit het handvat en schroefde dat onder op zijn wandelstok en wie schetste mijn verbazing? Zijn wandelstok werd ineens een biljartkeu!!
Zie onderstaande foto's:




Op de keu zijn verder geen merktekens of een jaartal aangebracht. Mocht iemand iets meer over de herkomst van deze keu weten, dan houdt ik me aanbevolen (biljarten@bommeltje.nl). Zowel ik als de eigenaar van de keu zijn erg benieuwd.
Aanvulling: de reacties kwamen gauw binnen. De keu is zelfs heden ten dage nog te koop. Kijk hier voor meer informatie.Deze lijkt er toch heel sterk op.
![]()
Oude foto's in de Natinale Beeldbank

Op de website van de Nationale Beeldbank zijn veel oude foto's van biljarters en biljarttoernooien terug te zien. Ga naar http://www.historischuitslagenarchief.nl/pkresultaten40/Beeldbank.asp en geniet van de vele foto's van uit de periode 1940 tot de jaren 70.
Heeft u aanvullingen in de vorm van artikelen, oude advertenties,
foto's, sigarenbandjes, luciferdoosjes of wat dan ook 'uit de oude biljartdoos"?
Stuur op, stuur op !!
|
Mail deze pagina |