Het is merkwaardig hoeveel verschillende types zich rond de biljarttafels bevinden. Het is interessant hen gade te slaan. Een mens is een gecompliceerd wezen. Iedereen is anders en dat komt tot uiting in de dingen die hij doet. Niemand ontkomt daaraan. Een biljarter dus ook niet.
Eén daarvan is:
Hij staat niet onmiddellijk op van zijn stoel als zijn tegenstander heeft gemist. Hij verheft zich langzaam van zijn stoel. Er wacht hem een belangrijke opgave. Met afgemeten stappen begeeft hij zich naar de tafel en overziet het strijdperk. Hij bekijkt de situatie van alle kanten. Gaat eens hier, dan daar staan, in gepeins verzonken. Hij denkt en rekent.
Zij tegenstander heeft intussen inwendig al een levendige discussie met Onze Lieve Heer gehad en is geneigd de DENKER papier, potlood en een computertje aan te bieden. De DENKER is zich van dit alles niets bewust. De wedstrijdleider is inmiddels in alle staten. Hij gaat fiks achterlopen op zijn schema. Intussen is de DENKER tot een besluit gekomen. Iedereen zucht hoorbaar. Nu gaat hij eindelijk beginnen ! Als u dat denkt bent u er naast. De DENKER legt aan ……….. Onmiskenbaar met een zekere elegantie.
Weloverwogen wordt de keu een tiental malen heen en weer bewogen. Zijn tegenstander wordt volledig uit zijn ritme gehaald en de wedstrijdleider loopt rood aan.T.O.E. Schouwer
Biljarten is een vrij ongevaarlijke sport.
Vrij ongevaarlijk. Want hoed u voor:
Hij is een verdienstelijk speler. Dat wel. Hij heeft echter een vreemde gewoonte. Normaal wordt het biljartspel met drie ballen gespeeld, dat weet iedereen. Behalve de Zwaaier. Hij meent, neen, hij is ervan overtuigd dat zijn keu onverbrekelijk verbonden is met het lot van de ballen. Een soort vierde partner dus. Zijn keu volgt de ballen, begeleidt ze.
Dat zou nog allemaal niet zo erg zijn, ware het niet dat een keu een stevig massief stuk hout is met een zwaar onderstuk. De Zwaaier, die geheel in zijn spel opgaat, heeft daar helemaal geen weet meer van. Als u een dergelijk type tegenkomt, raad ik u aan een flink eind uit zijn buurt te blijven. Als hij de speelbal naar links wil dirigeren, gaat zijn keu met een flinke zwaai naar rechts. Wee degene, die daar toevallig staat ! Moet de speelbal naar rechts, dan zou de keu naar links moeten. Maar daar staat hijzelf ! Na langdurige oefening heeft hij daar een oplossing voor gevonden. Hij springt naar links om zichzelf tegen de voortstormende keu te beschermen.
Maar het ergste komt nog. Wanneer u en ik, geen Zwaaiers zijnde, de keu achter de rug moeten brengen, dan levert dat geen problemen op. Een stapje opzij en met de rechterhand achter de rug het ondereinde van de keu pakken. De meest efficiënte en energiebesparende methode. Niet aldus de Zwaaier ! Hij pakt plompverloren het ondereind van de keu en met een niets ontziende zwaai brengt hij de keu achter zijn rug. Ieder die zich in een straal van zo’n drie meter in zijn nabijheid bevindt, moet zich ijlings uit de voeten maken om van een flinke optater gevrijwaard te blijven.
Ziet u, dat er toch nog types zijn, die het blazoen van de veilige biljartsport besmeuren ?
Volgens mij is hij van beroep vlaggenseiner bij de marine geweest. Over zijn favoriete sport in zijn jonge jaren heb ik nog mijn twijfels. Discuswerper of kogelslingeraar ?
T.O.E. Schouwer
Bent u bekomen van de schrik, veroorzaakt door het optreden van de Zwaaier ? Ik hoop het. Maar u bent nu gewaarschuwd. Toch is er nog een ander type waarvoor u moet uitkijken. Dan heb ik ze wel gehad, de types die onze sport onveilig maken.
De nog volgenden zullen u geen haar op het hoofd krenken.
Degene die ik nu ga beschrijven is robuust en vastbesloten. Het is moeilijk een Nederlandse beschrijving van hem te geven. De Duitsers hebben daar zo’n treffende uitdrukking voor. Een “rücksichtslose Draufgänger”. Het is:
Als het zijn beurt is twijfelt hij geen ogenblik. Energiek en met vaste tred gaat hij naar de tafel met een verbeten trek op z’n gezicht en een uitdrukking van : “Ik zal jullie wel eens even krijgen !”. In tegenstelling tot De DENKER heeft hij de situatie in één oogopslag overzien. Aanleggen doet hij nauwelijks. Met een daverende klap komt zijn keu tegen de bal. Ik houd mijn hart vast ! Als zo’n bal een levend wezen was, zou er stellig een hartverscheurende kreet door de zaal klinken. Maar de BEUKER heeft gevoel noch mededogen. Genadeloos jaagt hij de ballen over het laken. Hij kan nauwelijks wachten tot de ballen stil liggen, zo groot is zijn dadendrang. Meedogenloos gaat hij verder. Als raketten vliegen de ballen rond. Hun kreten zijn reeds lang verstomd. T.O.E. Schouwer
Brrr, ik huiver nog van het geweld dat de ZWAAIER en de BEUKER ontketend hebben. Maar wees gerust. Ik vertelde al dat deze twee uitzonderingen zijn op het grote aantal beoefenaars van onze geliefde sport. Het type dat ik u nu ga voorstellen is van een heel ander kaliber. Rustig, bedaard en bedachtzaam. Evenwel, er rust een fatum op zijn spel. Het is:
T.O.E. Schouwer
Zoveel mensen, zoveel zinnen. En dat komt tot uiting in de ontelbare karakters. Tegengestelde en identieke. Afgezien van kleine nuances, zijn er toch overeenkomsten te vinden. Wie zou nu de tegenpool zijn van de PECHVOGEL ? Juist, u heeft het geraden:
Vrouwe Fortuna is volkomen verknocht aan hem. Zij adoreert en vertroetelt hem. Het is werkelijk ongeloofwaardig op welke manier de MAZZELAAR scoort. Moet hij een bal dik raken, doch raakt hem dun, dan weet zijn speelbal op een ondoorgrondelijke wijze toch zijn doel te bereiken. De klutsen zijn niet van de lucht en brengt zijn bal niet alleen tot scoren, maar veroorzaakt tevens een ideale positie voor de volgende stoot. De PECHVOGEL staat verbijsterd het schouwspel gade te slaan. Zoveel geluk kan iemand toch niet hebben ? Maar de MAZZELAAR heeft het wel ! En hij vindt het heel gewoon. Als het al te dol wordt, haalt hij zijn schouders op alsof hij daarmee te kennen wil geven: ‘nu ja, iedereen mag op z’n tijd toch wel eens een mazzeltje hebben !”
Hij gaat voorbij aan al die vorige wonderen die hij heeft gewrocht. Hij weet niet beter. Het is altijd zo geweest. Als kind al won hij prijzen bij het inzenden van kruiswoordpuzzels. Uit de duizenden inzendingen werd steevast zijn briefkaart eruit getrokken. Als jongeman werd hij, evenals de PECHVOGEL, voetballer. Toen hij eens, vóór het doel staande, zijn voet omhoog bracht om zijn veter wat vaster te trekken, belandde een voorzet precies op de punt van zijn schoen en vloog onhoudbaar het doel in. Het publiek joelde van verrukking. Toen hij enkele minuten daarna, een paar onbeheerste bewegingen met zijn hoofd maakte omdat hij door een wesp werd belaagd, kwam de voorzet van de andere kant precies op zijn hoofd terecht en verdween vandaar in de uiterste bovenhoek van het doel. De tribunes waren in alle staten. Wat een spits ! Wat en fenomenale kopstoot.
De talentenjagers op de tribune waren echter niet van gisteren. Zij zagen dat het allemaal puur mazzel was. Een miljoenencontract heeft er voor hem nooit in gezeten. Was dat de enige pech in zijn leven ? Of misschien toch mazzel ? Zoveel geluk kun je in de voetballerij niet waarmaken.
Een beroep heeft hij nooit gehad Al vroeg won hij een tonnenprijs in de Staatsloterij. Hij leefde er jarenlang goed van en deed voor de lol eens mee in de Lotto. Raak ! De hoofdprijs in z’n eentje. In diverse loterijen won hij in de loop der jaren zes auto’s.
Als hobby ging hij biljarten en hoe het hem daarbij vergaat beschreef ik u hierboven. Iedereen in de club die tegen hem moet spelen, weet van tevoren dat het vechten tegen de bierkaai is. In de ledenlijst staat hij genoteerd voor een zeer behoorlijk moyenne, want de geluksgodin blijft hem vriendelijk toelachen.
T.O.E. Schouwer
De beschreven types kunt u ergens aan herkennen. Het volgende type zult u nooit in onze biljartzalen aantreffen. Hij is mijlenver boven ons verheven. Hij geeft zich nooit bloot en verraadt zich niet door welke beweging dan ook. Zijn gelaatsuitdrukking is ondoorgrondelijk. Het is:
U heeft het natuurlijk al begrepen. Het is de topsporter, de biljartprof, die grossiert in nationale, Europese en wereldkampioenschappen. Hij is onberispelijk gekleed, zoals de reglementen voorschrijven. Hij zou ook niet anders willen. In onze dagelijkse plunje zou hij zich armzalig voelen. Zijn tenue hoort bij hem.
Hij kijkt onbewogen toe als de caramboles in een vloeiende cadans uit de keu van zijn tegenstander stromen. 350 in
T.O.E. Schouwer
|
Mail deze pagina |
Framebreker
Copyright © 1997-
- bommeltje.nl