NUTTIGE TIPS VOOR GOEDE FOTO'S
MET UW DIGITALE FOTOCAMERA


1. Alles begint natuurlijk met licht
2. Mensen fotograferen
3. Landschappen en steden
4. Stillevens
5. De beelden archiveren
6. Beeldcorrecties
7. Beeldcorrecties en effecten
8. Printen
9. Waarom digitaal?
10. Goed flitsen


Top  

1. Alles begint natuurlijk met licht:

Schrijven met licht
Het woord fotografie is eigenlijk afgeleid van de woorden licht en schrijven: bij iedere foto die je neemt schrijf je dus als het ware met licht. Meer nog dan de keuze van je onderwerp is licht de belangrijkste factor bij het fotograferen. Een goede belichting geeft immers het beste de sfeer weer die je op het moment van de opname ervaart. Gelukkig zijn de meeste camera's uitgerust met een automatische lichtmeter die de juiste informatie doorgeven aan de processor in je digitale camera. Deze processor geeft de instructies over het licht door aan de sluiter en het diafragma. Het is het samenspel van deze twee dat voor de ideale belichting van je foto zorgt. De sluiter bepaalt de tijd dat het licht binnenvalt en het diafragma regelt de hoeveelheid licht.

Spelen met licht
Naast het 'schrijven' met licht kan je er ook mee spelen. Dit kan je doen als je net dat ene speciale effect wil bereiken of wanneer de omstandigheden je ertoe dwingen. Om met licht te kunnen spelen, is het echter noodzakelijk dat je een camera hebt waarbij de sluitersnelheid en/of het diafragma ook manueel instelbaar zijn.

Snel bewegende voorwerpen
Snel bewegende voorwerpen bijvoorbeeld, kan je toch vastleggen met een gekozen sluitersnelheid vanaf 1/125 tot 1/1000 seconde. De beweging wordt dan a.h.w. bevroren in het beeld. (De meeste camera's waarbij je de snelheden kan instellen, hebben een schaal van 1,1/2, 1/4, 1/8, 1/15, 1/30, 1/60, 1/125, 1/250, 1/500 en zelfs tot 1/1000 seconden).

Scherptediepte
Het diafragma (of de lensopening) bepaalt naast de hoeveelheid binnengelaten licht ook de scherptediepte. Wanneer je een foto wil maken waarbij slechts een beperkt deel scherp moet zijn, kies je voor een diafragma met een kleine scherptediepte, bijvoorbeeld 2.8 of 4. Wil je in het beeld zoveel mogelijk scherp krijgen, zowel in de voorgrond als in de achtergrond, dan kies je voor een kleiner diafragma (11 of 22). De scherptediepte wordt daardoor groter. (De meeste camera's hebben een diafragmaschaal van 2, 2.8, 4, 5.6, 8, 11, 16 en 22).

Flitslicht
Soms is het aanwezige natuurlijke of kunstlicht onvoldoende om een goede foto te kunnen maken en dan heb je vanzelfsprekend een flitser nodig. De flitser geeft (ook na automatische lichtmeting) juist voldoende licht voor de ideaal belichte foto. Hou er echter wel rekening mee dat de sfeer van de foto kan veranderen. Zo krijgt bijvoorbeeld een romantisch etentje bij kaarslicht bij een geflitste foto een wat 'plattere' sfeer. Om dat te vermijden kan je een flitser gebruiken als invulflits, ook overdag. Het natuurlijke licht wordt er niet door overheerst en hinderlijke schaduwpartijen worden opgevuld. Zo is in het geval van het romantisch etentje het invullicht van de flitser voldoende om je foto te maken en dit zonder dat het kaarslichteffect verdwijnt. Sommige camera's zijn overigens uitgerust met een rear-curtain flitslicht: de flitser komt daarbij pas in werking aan het eind van een lange belichtingstijd (bijvoorbeeld van 1/8 tot 1 of 2 seconden). Hierdoor ontstaat er, zeker wanneer je voorbijgaande mensen fotografeert, een bewegingseffect in de foto. Het principe is simpel: het rear-curtain flitslicht onderbreekt abrupt de vervaging van de beweging waardoor het centrale onderwerp toch nog scherpe contouren krijgt en dit terwijl de achtergrond bewogen blijft.

Zoveel je maar wil
Het grote voordeel van een digitale camera is dat je onbeperkt beelden kan maken. Je hebt immers onmiddellijk de mogelijkheid om de foto te bekijken en je kan meteen een keuze maken. Bovendien kan je naar hartelust oefenen met verschillende sluitersnelheden of diafragma's en met de flitser.
Daarnaast geven de huidige camera's de fotograaf steeds meer mogelijkheden. Het betekent wel dat in- en uitzoomen, het lichtmeten en het flitsen energie vragen. Panasonic Batteries heeft een bijzonder uitgebreid gamma batterijen dat voor ieder type camera een specifieke oplossing biedt.


Top  

2. Mensen fotograferen

Soort zoekt soort
Veruit de meest populaire richting in de fotografie is het fotograferen van mensen. De kans dat we iemand tegenkomen die nog nooit is gefotografeerd is nihil. Zo verwonderlijk is dat natuurlijk niet: we behoren tot de mensensoort en heel het leven bestuderen we onze soortgenoten.
Deze vaardigheden in het observeren komen je goed van pas wanneer je mensen fotografeert. Zo kan je bijvoorbeeld inspelen op het al dan niet voorspelbaar gedrag van mensen. Vaak voel je aan of weet je wat er gaat gebeuren: de kunst is om dan op het juiste moment een foto te nemen. De ene keer moet je er snel bij zijn omdat mensen wel spontaan zijn maar over het algemeen niet erg graag poseren. En soms moet je geduld hebben, vooral op momenten waarbij je als fotograaf op de achtergrond moet blijven.
In dat laatste geval komt de stille digitale camera goed van pas. Blijf echter altijd observeren en haal de camera pas tevoorschijn wanneer het juiste moment is aangebroken.

De brandpuntsafstand
De brandpuntsafstand van een lens wordt weergegeven in millimeter. Bij een kleinbeeldcamera is dat voor een groothoek 28 mm, voor een gewone lens 50 mm en voor een telelens vanaf 135 mm.
Vaak is een gewone brandpuntsafstand aan te bevelen omdat die overeen komt met wat het normale oog waarneemt. Wil je grote menigten fotograferen dan gebruik je best een groothoeklens. Die zijn gemakkelijk in het gebruik omdat je een grote scherptediepte hebt, wat de kans op een onscherpe foto aanzienlijk verkleint. Bovendien kan je met een grootboekobjectief mensen om de tuin leiden. Vooral wanneer je ze niet in het midden kadert, krijgen ze de indruk dat je iets anders wilt fotograferen.
Met een telelens kan je nodige afstand tot de te fotograferen personen bewaren. Een nadeel is dat de achtergrond als het ware tegen je onderwerp 'aanplakt'.

Toestemming gevraagd
Wil je portretten maken dan is het aangeraden om vooraf toestemming te vragen. Je vermijdt zo moeilijkheden tijdens het fotograferen omdat nu eenmaal niet iedereen gediend is van het ongevraagd 'kiekjes' maken.
Een ongedwongen portret is eenvoudiger te maken dan een geënsceneerd. Waar je in beide gevallen rekening mee moet houden is de belichting. Een goede belichting laat de het karakter van de persoon het best naar voren komen. De sfeer tijdens de opnemen moet ontspannen zijn omdat mensen de neiging hebben te verstijven bij het maken van een foto. Let, ook al ben je meer met de mensen bezig, altijd op de achtergrond. Zorg ervoor dat er geen storende details in voor komen. Om dat te vermijden maak je gebruik van een zo sereen mogelijke achtergrond. Dat kan je bereiken door één bepaalde kleur uit te kiezen (bijv. het groen van de natuur of een monochrome muur) of door te spelen met de scherptediepte. Wanneer die zo klein mogelijk gehouden wordt dan blijft de achtergrond onscherp.

Voordelen digitale camera
Voor portretfotografie zijn digitale camera's zeer geschikt omdat een hoge resolutie niet altijd gewenst is. Immers, de fijnste details in een gezicht mogen vaak achterwege gelaten worden. Bovendien heb je altijd een directe controle in de display, zodat je het gelegenheidsmodel eerder op het gemak kunt stellen.

De belichting
Direct flitslicht geeft een hard karakter aan het portret. Maak daarom zo veel mogelijk gebruik van het aanwezige natuurlijk licht. Sterk zonlicht heeft hetzelfde effect als een flits: probeer het zoveel mogelijk uit de weg te gaan of diffuus te maken. Binnen kan je dat doen door de glasgordijnen te sluiten.
Heb je kunstlicht nodig dan moet dat eveneens diffuus zijn, om het gezicht wat op te lichten kan je een reflector gebruiken of een tweede zwakkere licht opstelling.
Bij een strak blauwe lucht controleer je vooraf met de witbalans (indien de camera daarmee is uitgerust) de kleur. Het gevaar bestaat dat anders vooral de schaduwpartijen een blauwe zweem krijgen.

Rode ogen
Het fenomeen van de 'duivelse' rode ogen bij geflitste foto's wordt veroorzaakt doordat het flitslicht weerspiegeld wordt door het netvlies. Veel camera's verkleinen dit risico door de flitser verscheidene keren achter elkaar af te laten gaan. De pupillen verkleinen hierdoor en de rode oogjes verdwijnen in de meeste gevallen.


Top  

3. Landschappen en steden

Nog voordat er sprake was van fotografie bedienden veel schilders zich van een apparaat dat als hulpmiddel diende bij het schetsen. In feite was het een soort camera met aan de voorzijde een opening (en in een later stadium een lens). De bovenzijde van het toestel was een antieke versie van een display waarop het beeld geprojecteerd werd. Zo kon de schilder zijn onderwerp (meestal landschappen) duidelijk voor zich zien op een tweedimensionaal vlak en vormde het 'aftekenen' ervan de basis voor het latere schilderij.

Een landschap loopt niet weg
Vanuit een lange traditie uit de schilderkunst heeft de landschapsfotografie een belangrijke plaats veroverd. Het grote verschil is dat het vastleggen van het beeld in een oogwenk plaatsvindt. Je zou gemakshalve kunnen concluderen dat het fotograferen van een landsschap, zowel natuurlijk als stedelijk, erg gemakkelijk is. Want het onderwerp loopt nooit weg. Dat is maar ten dele waar: de belangrijkste factor in de fotografie is het licht. En juist die factor is enorm veranderlijk, zowel binnen een etmaal als een jaar met de wisselende seizoenen.

Het ideale moment
De kwaliteit van het daglicht bepaalt voor een groot deel het karakter van jouw foto. De beste tijdstippen om een landschap te fotograferen zijn binnen twee uur na zonsopkomst en in de laatste uren voor zonsondergang. Het slechts denkbare moment is de middag, wanneer de zon hoog aan de hemel staat en harde schaduwen werpt op het landschap.
De kans is echter groot dat je een déjà-vu gevoel krijgt bij het zien van de talloze zonsopkomsten en zonsondergangen. Daarom is het zeker de moeite van het proberen waard om tegen deze wetmatigheden in te gaan door bijvoorbeeld op een regenachtige of zwaar bewolkte dag erop uit te trekken. Een plotseling doorbrekende zonnestraal kan een geslaagd en vooral verrassend effect hebben op je foto.
Schuin invallend strijklicht (licht bij een lage zonnestand) geeft veel textuur aan het onderwerp. Stenen, blaadjes en takken in de natuur of straatoppervlakken en gevels in de steden komen bij dit licht zeer goed tot hun recht.
Het licht van een ondergaande zon geeft een warme (gele tot rode) tint en dus een flinke dosis romantiek aan je foto.
Speel ook met het opnamestandpunt indien mogelijk. De zon in de rug of het onderwerp in tegenlicht geven opmerkelijke verschillen te zien.

Achter de boom
Hoe vaak gebeurt het niet dat je overweldigd wordt door een adembenemend mooi landschap, je de camera bovenhaalt en enthousiast begint te fotograferen. Maar dan blijken die fantastische indrukken totaal niet over te komen op de foto. Heb je iets verkeerd gedaan? Eigenlijk niet, je wilde jouw impressies zo goed mogelijk vastleggen en toch ging er iets fout.
Bedenk dat een foto een tweedimensionale weergave is en dat het landschap als een plat vlak wordt weergegeven. Om toch de illusie van diepte aan te brengen is het vaak beter om een onderwerp op de voorgrond te plaatsen. Dat kan een boom zijn, een steen, een muurtje ........ Je moet in dat geval wel dichter bij het onderwerp in de voorgrond gaan staan en het liefst werken met een grootboekobjectief.


Top  

4. Stillevens

Stillevens vinden, net als het grootste deel van de thematiek binnen de fotografie, hun oorsprong in de schilderkunst. Met de name de Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw schilderden doeken met objecten als onderwerp. Sieraden, juwelen, wapens en keramiek moesten de welvaart van die periode uitdrukken, evenals uitheemse producten uit de koloniën. Later werden stillevens een vast onderdeel in het leerprogramma voor tekenaars en schilders. Het voordeel hiervan is dat je met een object uitgebreid de lichtinval en de compositie kan bestuderen.

Arrangeren
Natuurlijk kan je een perfecte compositie maken van een object dat je onveranderd laat in de staat waarin je het tegenkomt. Het komt er dan op aan met behulp van het juiste camerastandpunt, lens en het aanwezige licht de foto te maken die je in gedachten had.
Toch vormen de meeste stillevens een geplande compositie. Je kan daardoor precies het beeld vormen dat je wil in een studio of in een ruimte thuis die als studio dienst kan doen. Over de belichting heb je de totale controle.

Rangschikken
De beste compositie maak je eigenlijk op het gevoel, niettegenstaande de regels die er op dat terrein gelden. Onthoudt dat je, door te fotograferen, met een creatief proces bezig bent en daar geldt als voornaamste regel dat het gevoel van de maker tot uitdrukking komt.

Statief
Plaats de camera op een statief. Zo ben je alvast zeker van je opnamestandpunt en kan je ongestoord verder werken aan de opstelling van de objecten en het licht. In de handel zijn relatief goedkope statieven verkrijgbaar die, voldoen aan je eisen. Kies een niet al te zware, want als je de smaak te pakken krijgt dan wil je het statief ook gemakkelijk mee kunnen nemen.

Macro en display
Door middel van sterke close-ups (macrofotografie) kan je letterlijk op je onderwerp kruipen wat in beeld verrassende resultaten kan opleveren. Nadeel is dat de scherptediepte zeer gering is, maar dat kan je ombuigen in een voordeel door van de onscherpe partijen een wezenlijk onderdeel van de compositie te maken. Let er wel op dat een te groot onscherp vlak in de voorgrond storend werkt. Wil je dan toch aan een regel houden laat de onscherpe voorgrond zich tot de onscherpe achtergrond verhouden als 1:3.
Het voordeel van de digitale camera is zo langzamerhand bekend. Maar als er één richting in de fotografie is waarbij het gebruik van een display als controle-element van levensbelang is dan is het wel de objectfotografie. Je kan de compositie op het oog nog zo fraai hebben uitgedokterd: het moet op een tweedimensionaal vlak goed overkomen. En daar helpt de display je bij.

Belichting
Het licht dat je op het onderwerp laat schijnen bepaalt voor het grootste deel het welslagen van je compositie en dus ook van het eindresultaat: de foto.
Breng er wat leven in door te spelen met hoofdlicht, eventueel bijlicht, reflectoren (dat kan een groot vel wit papier zijn of een wit paneel in isolatiemateriaal of karton) en schaduwen.

De achtergrond
Gebruik een zo neutraal mogelijke achtergrond bij het stilleven. Dat kan een doek zijn (liefst transparant), of een stevig groot vel papier dat je licht kan buigen zodat er een curve ontstaat. Hierdoor krijgt de lichtval een mooi en geleidelijk verloop. Belicht de achtergrond van bovenuit.


Top  

5. De beelden archiveren

De deugden van het digitaal fotograferen zijn je inmiddels wel bekend. Akkoord, er zijn voorlopig nog wat nadelen aan, maar die hebben alleen betrekking op het uitvergroten van foto's. De technieken zijn inmiddels zodanig geëvolueerd dat er zonder kwaliteitsverlies tot op 18x24cm uitvergroot kan worden.
Het feit dat je geen films en de daarbij behorende chemische ontwikkeling meer nodig hebt is voor het milieu een hele opsteker.

Opslaan
De vroeger zo noodzakelijke stap van het printen is zelfs niet altijd meer nodig. Je kan, dankzij de digitale fotografie en de verwerking ervan jouw beelden de hele wereld rondzenden zonder dat er een afdruk, laat staan een postzegel aan te pas komt. Voor het kunnen opslaan van de beelden op de harde schijf van jouw computer zijn er redelijk eenvoudige softwareprogramma's beschikbaar in de handel. De meeste computers bevatten bij aankoop zo'n programma.

Opslagmogelijkheden
De goedkoopste vorm van opslaan is de compact disk. Die zorgt ervoor dat de beelden zonder verlies in kwaliteit opgeslagen worden en dat de harde schijf van de computer ontlast wordt. Digitale beelden nemen namelijk nogal wat ruimte in, variërend tot enkele megabyte per beeld. Bovendien vraagt beeldbewerking nog veel meer geheugen. Een bewerkte foto op A4 formaat neemt bijvoorbeeld gemakkelijk 25-35 MB in beslag.
Daarom is een opslagmogelijkheid buiten de computer wenselijk. Je kan daarvoor een Zip-drive nemen dat in aanschaf goedkoper is dan een cd-brander. Helaas zijn de Zip-disks een stuk duurder dan cd's. Wat duurzaamheid betreft hebben cd's nog een pluspunt. De Zip-disks zijn magnetische dragers en dus beïnvloedbaar door magnetische velden. De bestanden kunnen daarbij verloren gaan. Magneetschijven kunnen wel meerdere malen gebruikt worden en een cd niet.
Het laatste alternatief zijn de dvd's, die nog maar recent voor die doeleinden aangewend worden. De randapparatuur zijn vrijwel zonder uitzondering via een USB aan te sluiten op jouw computer.

Reservekopieën
Iedereen heeft er wel eens op gevloekt. Computers zijn bijzonder handige dingen, maar er kan wel eens iets mislopen. Soms door jezelf ('oeps, mijn beeld is weg') en soms door een crash. Redenen te over om regelmatig reservekopieën te maken. Die bewaar je uiteraard niet op de computer maar extern (zip, cd, dvd).

Archivering
Bij het archiveren van de beelden is het bijzonder handig om systematisch te werk te gaan. Breng de foto's onder in groepen (die ene bepaalde vakantie, het avondje uit, het trouwfeest, ...) en nummer iedere foto afzonderlijk, volgens een logische volgorde. Archiveringsprogramma's maken het beheer van de beelden eenvoudig. Met behulp van die programma's kan je foto's bekijken, sorteren en catalogiseren. Er zijn heel wat verschillende soorten programma's te koop. Let er bij aanschaf op dat ze compatibel met het besturingssysteem van de computer zijn, informatie kunnen toevoegen, snel kunnen zoeken naar de gewenste beelden en alle bestandsformaten kunnen lezen die je gebruikt.

Een bestandsformaat is gemakkelijk te herkennen: ze wordt weergegeven door middel van een achtervoegsel achter de bestandsnaam. Er zijn een aantal soorten waarmee een fotograaf normaal gezien werkt:

.jpg, opslag in de vorm van compressie,
.tif, opslag zonder compressie,
.pic, opslag uitsluitend voor Mac,
.bmp, standaardformaat voor Windows,
.psd, het formaat voor Photoshop,
.pcd, eigen formaat van Kodak,
.gif, eerder voor illustraties,
.eps, wordt gebruikt voor printeroutput,
.crw, voor geavanceerde camera's.


Top  

6. Beeldcorrecties

Klassiek geschoolde fotografen hebben er soms moeite mee, maar digitale beeldbewerking is in de fotografie niet meer weg te denken. Eigenlijk is de kritiek daarop wat overdreven: vroeger werd er in de donkere kamer tijdens de ontwikkeling en het afdrukken ook ingegrepen om het beeld mooier te laten lijken dan het origineel.
Eenvoudig uit te voeren beeldcorrecties kan je met ieder beeldbewerkingprogramma uitvoeren. Vuildeeltjes, krassen, kleurbalans, helderheid en contrast zijn basiscorrecties die je regelmatig moet uitvoeren in je streven naar het perfecte beeld.

Kleur en contrast
Het verwijderen van vuil en krassen zijn uiteraard alleen van toepassing op gescande foto's of dia's. We vertrekken steeds vanuit een scan waarbij je de uiteindelijke uitsnijding (het deel van het beeld dat je wilt hebben) bepaald hebt. Ben je niet helemaal tevreden over de kleur klik dan in het beeldbewerkingprogramma op Image, Adjust en vervolgens op Auto. De kleurzweem in het beeld zal dan verminderen of verdwijnen.
Wil je de helderheid in het beeld verhogen, klik dan op Image, Adjust en dan op Auto Contrasts.

Stof en krassen retoucheren
Een gescande foto of dia bevat bijna altijd onregelmatigheden als gevolg van stofdeeltjes of door krassen in het negatief of dia. Vooral bij uitvergroting van het beeld zijn deze beschadigingen goed te zien. Om deze te verwijderen gebruik je een Clone Tool of Rubber Stamp (afhankelijk van het programma).
Je werkt ermee als met een penseel, waarbij je de keuze hebt tussen verschillende diktes. Je kiest het brush palet in Stylus, waarbij je eveneens de doorzichtigheid van het penseel kan bepalen. Voor die laatste optie klik je dubbel op het Rubber Stamp-icoon.
Bij het retoucheren moet je ervoor zorgen dat het punt dat je wilt aanpassen en de bron waar je het vandaan haalt (met eenzelfde tint en textuur) niet te dicht bijeen liggen.

Verscherpen van het beeld
In een digitaal beeld kan je de scherpte vergroten met behulp van het beeldbewerkingprogramma. Ga er echter niet vanuit dat je van een compleet wazige foto een haarscherp beeld kan produceren.
De filter Unsharp Masking zoekt volgens de drempelwaarden (Treshold ) die je hebt ingevoerd in Amount naar pixels die die waarden niet hebben.
De Amount-waarden die je invult zijn afhankelijk van de scherpte, ruis, eventuele jpeg-onregelmatigheden en resolutie. Drempel of Treshold bepalen het gebied waarbinnen gecorrigeerd moet worden.
Met beeldbewerkingprogramma's kan je eindeloos blijven experimenteren, zeker met de meer geavanceerde. Zo kan je, wanneer je daar de tijd voor neemt een overbevolkt strand omtoveren tot een aards paradijs of een onbewoond eiland.
Storende elementen op de achtergrond of zaken in de natuur die er niet thuishoren kan je met de software laten verdwijnen. Maar het gevaar bestaat dat je daardoor minder kritisch op jezelf zal zijn bij het maken van een opname.
Fotografie is een creatief medium waarbij alles draait rond kijken, observeren. Blijf dat doen en ga alert te werk bij het fotograferen. Bedenk dat het beeld dat je in je hoofd hebt toch nog iets beter kan. En probeer het. Zo geef je jouw foto's persoonlijkheid en het karakter waarmee jij je kunt onderscheiden.


Top  

7. Beeldcorrecties en effecten

We hebben het in het vorige artikel ('beeldcorrecties') gehad over de stappen die je kunt zetten om je digitale foto's te verbeteren. Daarvoor maak je gebruik van speciaal ontwikkelde software (bijvoorbeeld Photoshop ) die in de fotowinkel of via internet te verkrijgen is. Maar we kunnen ons goed voorstellen dat je meer zou willen doen met je foto's. Beelden die technisch gezien goed van kwaliteit zijn, kan je iets extra's geven met een beeldbewerkingprogramma. Photoshop werd oorspronkelijk ontworpen door Lucas Filmstudio (bekend van onder meer Starwars). Adobe nam de applicatie over en maakte er een gebruiksvriendelijk softwareprogramma van.

De lasso
Wil je een foto gaan bewerken dan komt het er op aan met de juiste gereedschappen (of tools) te werken. Zo kan je een deel van je beeld isoleren, een ander deel maskeren of complete delen uit de ene foto combineren met een andere. Voor al deze bewerkingen moet je kunnen selecteren. Het ene programma is al wat meer gesofistikeerd dan het andere: soms werk je met een grafische pen om een onderwerp 'uit te tekenen', of met een masker dat al dan niet automatisch een selectie maakt. In het onmisbare tekengedeelte van je programma bevinden zich allerlei handige tools waarmee je perfect een onderwerp kunt omlijnen. Eén ervan is de zogenaamde lasso , waarmee je met je muis of grafische pen een lijn trekt om het te bewerken deel van de foto.

Nog preciezer
Met een toverstafje en met een pad kan je nog preciezer te werk gaan. Het toverstafje werkt als een magneet en maakt selecties op basis van pixelkleur. Je maakt met een pad een omtrek op basis van vectoren, die lijnen of curven trekt.
Heb je eenmaal je onderwerp geselecteerd, dan moet je de verschillende onderwerpen die je bij elkaar wilt brengen naadloos laten overlopen. Wanneer je bijvoorbeeld met een menselijk portret bezig bent, dan vormen de haren een groot probleem. Want daar zie je heel goed de oorspronkelijke achtergrond door. Je kan dit op een tamelijk eenvoudige manier oplossen door de randen te vervagen ( feathering).

Speciale effecten
Nuances in het beeld breng je aan door bijvoorbeeld de kleur of de textuur te veranderen. Dit doe je met behulp van elektronische filters. Zo bestaan er in Photoshop sprayed strokes, metallic filters of polar coordinates waarmee je jouw foto een artistieke look kan meegeven. Zo bewerk je het beeld naar eigen smaak! Al deze effecten krijg je doordat de pixels in je beeld bewerkt worden door algoritmes. Dat zijn stappen die volgens een wiskundige methode verlopen. In het venster custom filter in Photoshop kan je er zelf mee aan de slag.
Maar je kan het beeld ook vervormen met de digital filters. Een mogelijkheid is om het beeld met het penseel te bewerken. Met de filters Spherize en Pinch in Photoshop verander je de uiterlijke vorm van je onderwerp.
Ieder beeldbewerkingprogramma is met eindeloos veel effectfilters uitgerust. Experimenteer daar vooral mee, want dat is de enige manier om het te leren. Maar verlies daarbij niet uit het oog wat je eigenlijk met je foto wilde duidelijk maken. Anders bestaat het gevaar dat je in één grote Photoshop speeltuin belandt: jij vindt het nog leuk, maar het blijft natuurlijk de bedoeling dat je er anderen mee pleziert.


Top  

8. Printen

We zijn op de goede weg, maar de analoge fototoestellen (de traditionele 35 mm, met film) hebben over het algemeen nog altijd een betere resolutie als de digitale camera's. Wanneer het op afdrukken aankomt, dan kan je met een analoge camera grotere afdrukken maken. Met digitale camera's ben je dus wat beperkt in de grootte van je print.

Tot hoe groot kan je gaan?
Er zijn gelukkig steeds meer afdrukcentrales of printshops waar je jouw bestand naar toe kan sturen om de beelden uit te printen. Maar je moet eerst goed weten welk formaat je wil. Vanaf 1 megapixels kan je al een goede afdruk hebben op 9 x 13 cm, heb je een camera van 2 megapixels dan kan je een haarscherp beeld krijgen op het formaat van 10 x 15 cm. Dat is misschien niet zo heel groot, maar je zit dan toch al op het formaat van verreweg de meest gebruikte afdrukgrootte. Wil je echt groter gaan (15 x 20 cm) dan heb je een camera nodig van minimaal 5 megapixels

De optimale verhouding
In de traditionele fotografie worden beelden gemaakt én afgedrukt in de verhouding 3:2. Maar digitale camera's maken foto's in een verhouding van 4:3, terwijl de meeste Online Print Services afdrukken maken in de traditionele verhouding. De meeste afdrukcentrales snijden daarom jouw foto af. Op die manier verdwijnen er delen van het beeld die je juist zo leuk vond! Om dat te vermijden bepaal je best op voorhand zelf de verhouding. Heb je bijvoorbeeld een camera met 2,8 megapixels, dan kan je een 9 x 13 print maken in de resolutie 2048 x 1536 pixels. Maar om de verhouding van 3:2 te respecteren (en zo niets van je beeld te verliezen) maak je de opname in een resolutie van 2048 x 1368 pixels.

Het voordeel van on line printing
Wanneer je thuis foto's afdrukt, dan kom je er al vlug achter dat dit een kostelijke zaak kan worden. De inktpatronen zijn behoorlijk duur en bovendien gaat er heel wat van je kostbare vrije tijd in zitten. Gelukkig kan je via internet jouw favoriete foto's doorsturen, waarna de printshop ze op fotopapier voor je afdrukt. Is de internetverbinding te traag om je foto's door te sturen, dan kan je ze ook op cd-rom zetten. Veel afdrukservices bezorgen je gebruiksvriendelijke software waarmee je jouw beelden van je harde schijf naar de computer van de afdrukcentrale kan sturen. Doorsturen via e-mail in de vorm van bijlagen is niet aan te raden omdat je dan erg beperkt wordt door de grootte van je bestanden.

De kwaliteit
On line afdrukcentrales leveren vrijwel zonder uitzondering goede prints af op echt fotopapier. Natuurlijk zit er een verschil in prijs tussen al deze centrales. Vergelijk daarom eerst zorgvuldig en doe misschien eerst wat testen. Het grote verschil zit hem eigenlijk bij de slecht belicht foto's: de ene afdrukcentrale treedt wel corrigerend op, de andere niet of minder. Ook wat de afdrukverhouding betreft, is niet iedereen even consequent. Let ook op de wijze hoe jij je foto's terugkrijgt: met de post, moet je ze zelf afhalen en wat wordt er allemaal extra aangerekend....


Top  

9. Waarom digitaal ?

Binnen enkel jaren stellen we deze vraag niet meer, want digitale fotografie heeft duidelijk de toekomst. Het comfortabele bedieningsgemak is immers veel groter dan dat van analoge fotografie. Je beschikt direct over je opnames en de foto's die je niet nodig hebt of mislukt zijn, verwijder je gewoon. Bovendien is de verwerking van de beelden bij analoge fotografie veel duurder. Ontwikkeling van de film en de kosten van het afdrukken maken analoge fotografie minder aantrekkelijk. Het milieuaspect mag je ook niet uit het oog verliezen: bij de traditionele filmontwikkeling worden er nogal wat chemicaliën gebruikt. Dat alleen al is de moeite van het overwegen waard

Opslaan
Met de geheugenkaart kan je gemakkelijk beelden opslaan. Het is daardoor onnodig om allerlei filmrolletjes mee te sleuren. Je ziet de beelden direct op je display van de digitale camera. Het voordeel daarvan is dat je snel kunt selecteren, terwijl je bij analoge fotografie het hele rolletje moet laten afdrukken. Natuurlijk kan je digitale foto's ook laten afdrukken, maar je kan ze ook opslaan op je pc en doorsturen via e-mail, zelfs direct na de opname! Let er wel op dat de bestanden die je doormailt niet te zwaar zijn, anders kan degene naar wie je het beeld stuurt lang wachten bij het downloaden.

Voldoende geheugen
Met behulp van beeldbewerkingprogramma's corrigeer je het beeld: de mogelijkheden zin daarbij veel groter dan bij de traditionele, analoge fotografie en je hebt er geen donkere kamer voor nodig. Zorg wel voor een pc met voldoende werkgeheugen. Om te vermijden dat je computer na verloop van tijd crasht, moet je regelmatig beelden deleten. Heb je er moeite mee om dat te doen dan moet je de computer upgraden.

Witbalans
Digitale camera's stellen je ook in staat onder moeilijke lichtomstandigheden toch goed aanvaardbare opnames te maken. Vooral wanneer er verschillende lichtbronnen door elkaar aanwezig zijn, geeft de automatische witbalans je een zo perfect mogelijke weergave. Bij negatief- of diafilm treedt in dat geval al gauw een vervelende kleursluier op.

Als een professional
Wil je echt fotograferen als een professionele fotograaf dan zijn - voorlopig - de analoge toestellen van een betere kwaliteit. Zeker wanneer er grote prints nodig zijn. Toch zijn er nu al digitale camera's die met behulp van een speciale digitale achterwand haarscherpe afdrukken kunnen maken van 1,5 op 1,5 meter. De kosten van dergelijke apparatuur en de bijbehorende hardware zijn echter nog te hoog. Dat daar verandering in zal komen is duidelijk. De digitale evolutie kunnen we niet meer tegenhouden en misschien willen we dat ook niet meer. Het is ook verschrikkelijk gemakkelijk!


Top  

10. Goed flitsen

Soms moet je de natuur een handje helpen. Bijvoorbeeld wanneer jouw ogen een schitterende lichtval waarnemen. Helaas functioneert een camera anders dan je oog, in die zin dat een camera minder lichtgevoelig is dan het menselijke oog. Is er onvoldoende licht dan heb je kunstlicht nodig. Gelukkig beschikken de meeste digitale camera's hebben over het algemeen een ingebouwde flitser. Maar het vermogen daarvan is eerder beperkt. Dat is vooral lastig als je binnenopnames moet maken. In een interieur is er vaak heel weinig licht en zelfs met flitslicht zijn veel foto's toch nog te donker. Het bereik van zo'n ingebouwde flitser is meestal niet meer dan 3 à 4 meter, waardoor de achtergrond slecht of helemaal niet belicht wordt. Maar ook de belichting van het onderwerp laat te wensen over: te vlak, te sterke schaduwen en de gevreesde rode oogjes. Dat laatste is te vermijden door een externe, losse flitser te gebruiken of de rode ogen met een beeldbewerkingprogramma te verwijderen. Sterke schaduwen en een platte belichting kan je verhelpen door met je toestel wat afstand te nemen. Niet te ver, want anders is de foto onderbelicht, maar kom je te dicht dan is de foto overbelicht!

Maar je kan het bereik van je flitser ook nog op andere manieren beïnvloeden. Door de gevoeligheidswaarde - het best 400 ISO - op te drijven, vergroot je het bereik. Daarnaast is het aangeraden om het zoekerbeeld zoveel mogelijk te vullen met het onderwerp, omdat de lichtmeter in de camera de flitser stuurt.

Slave-flitser
Bij digitale camera's ontbreekt vaak een aansluiting voor een losse, externe flitser. In dat geval gebruik je een slave-flitser. Dat is een losse flitser die gestuurd wordt door de ingebouwde flitser van de camera, dankzij een foto-elektrische cel. Met een externe flitser kan je indirect flitsen: je behoudt de gewenste afstand, maar het licht wordt diffuus gemaakt doordat het via muren en plafond weerkaatst op het onderwerp. Het gevolg is dat je zachte schaduwen krijgt en geen witte gezichten meer. Let er wel op dat je de flitser richt op een wit of neutraal gekleurd plafond.
De slave-flitser kan je zelf, of iemand anders, in de hand houden. Maar je kan de losse flitser ook op een flitsbeugel plaatsen. Je schroeft de camera op de beugel en je schuift de flitser op het handvat.

Oefenen!
Het grote voordeel van een digitale camera is dat je onbeperkt kunt experimenteren. Dus ook met je flitser. Oefen daarom volop met verschillende instellingen op je camera, afstanden tot het onderwerp en standen van je flitser. Je ziet direct het resultaat van de oefeningen in de display. Beschikt jouw camera over instelbaar diafragma en sluitertijden, dan heb je ongelooflijk veel mogelijkheden om tot die ene, perfect belichte foto te komen.


Top
Bron: Panasonic





| Mail deze pagina | Framebreker
Copyright © 1997- - bommeltje.nl