Het vlakke, platte bovenste gedeelte van een sterk ontwikkelde buienwolk
(cumulonimbus). Het werd zo genoemd omdat het sterke gelijkenissen vertoont
als het aambeeld van een smid.
Aardas
Denkbeeldige as, waaromheen de aarde draait. De punten waar deze as door
het aardoppervlak steekt, heten geografische noordpool en geografische
zuidpool. De aardas maakt een hoek van 66° met het baanvlak en beschrijft in
25.000 jaar een kegelvormige beweging (precessie). De seizoenen (of
jaargetijden) zijn een gevolg van de hoek die de aardas met het baanvlak
maakt. De aarde beschrijft in één jaar tijd een baan rondom de zon. De aardas
blijft daarbij steeds in dezelfde richting staan, zodat de aarde door het jaar
heen beurtelings het noordelijk en het zuidelijk halfrond naar de zon
toedraait.
Aardbaan
Baan die de aarde om de zon beschrijft. Een omloop om de zon duurt 1 jaar.
De gemiddelde afstand tot de zon, de astronomische eenheid (A.E.), bedraagt
149,5985 miljoen km. De baan van de aarde rond de zon is geen cirkel, maar is
ellips-vormig. De maximale, resp. minimale afstand bedraagt 152,1 en 147,1
miljoen km. De punten waarin de aarde zich dan bevindt, noemt men resp. aphelium en
perihelium. Als gevolg van deze variërende afstand tot de zon
verandert ook de baansnelheid iets; gemiddeld bedraagt zij 29,8 km per
seconde, maximaal 30,3 km/s, minimaal 29,2 km/s. In onze winter staat de aarde
dichter bij de zon dan in de zomer. Daarom kent het noordelijk halfrond niet
zulke koude winters en niet zulke warme zomers als het zuidelijk halfrond. De
ligging en ellipticiteit van de aardbaan zijn, gerekend over lange perioden,
aan kleine veranderingen onderhevig. Dit wordt o.a. veroorzaakt door storingen
van naburige planeten.
Aardkwadrant
Een kwart van de aardbol, met als snijpunten van de assen de nulmeridiaan
en de evenaar aan onze kant van de aarde en de 180°-meridiaan en de evenaar
aan de andere kant. Het aard kwadrant wordt onder meer gebruikt bij de
plaatsbepaling van een waarnemingsstation op zee.
Aardoctant
Een achtste deel van de aardbol. De verdeling gaat op het noordelijk en
zuidelijk halfrond op gelijke wijze van 0° tot 90° westerlengte en zo verder
rond de globe. Het aardoctant wordt vooral in de scheepvaart gebruikt bij
plaatsbepalingen bij het doorgeven van gecodeerde weerrapporten.
Aardrotatie
Draaiing van de aarde om haar eigen denkbeeldige aardas. Per etmaal draait
de aarde eenmaal van west naar oost om haar as. Door de rotatie ontstaat de
afwisseling van dag en nacht en heeft in feite iedere meridiaan op de aarde
een andere tijd. Eén omwenteling duurt 23 uur, 56 min. en 4 sec.
Ablatie
1. Het natuurkundige proces (zoals sublimatie, smelten, verdamping) dat
sneeuw of ijs van een gletsjer, een sneeuwveld, e.d. verwijdert.
Tegenovergestelde van alimentatie. Ook de reductie van de ijs- en sneeuwmassa
door afkalven wordt hierin begrepen. De mate waarin ablatie optreedt, wordt
vooral bepaald door de temperatuur van de lucht. 2. De hoeveelheid sneeuw
of ijs die door ablatie wordt verwijderd. In deze betekenis het
tegenovergestelde van accumulatie.
Absolute luchtdruk
De actuele luchtdruk op een bepaalde tijd op een bepaalde plaats.
De massa waterdamp aanwezig per eenheid volume lucht; de absolute
vochtigheid wordt meestal uitgedrukt in gram/m³.
Absolute vorticiteit
De vorticiteit
met inbegrip van het effect van de draaiing van de aarde.
Absoluut nulpunt
De laagst mogelijke temperatuur. Bij deze temperatuur komt alle beweging
van moleculen tot stilstand. Anders gezegd: het absolute nulpunt is de
temperatuur waarbij de druk van een ideaal gas nul is. Het absolute nulpunt
ligt op -273,15°C en is het beginpunt van de temperatuurschaal van Kelvin.
Absorptie
Het proces waarbij invallende stralingsenergie wordt vastgehouden door een
materie. Deze stralingsenergie wordt dan omgevormd naar moleculaire
energie. De verhouding tussen de stralingsintensiteit die wordt
geabsorbeerd en de totale invallende straling heet de absorptieverhouding of
avsorptiviteit. Een voorbeeld is de zonnewarmte in het aardoppervlak, waardoor
het aardoppervlak wordt verwarmd.
Accres
In de wolkenfysica de groei van een neerslagdeeltje door botsing tussen
een bevroren deeltje (ijskristal of sneeuwvlok) en een onderkoelde
waterdruppel waardoor het neerslagdeeltje bevriest. Accres is hetzelfde als coalescentie en een vorm van agglomeratie.
Actief front
Front waarbij heftige weersverschijnselen zijn waar te nemen: zware
neerslag, soms ook onweer, en veel wind. Het tegenovergestelde is een zwak
front.
ACM's (algemene circulatiemodellen)
Een computersimulatie die globale weerpatronen nabootst en gebruikt kan
worden om weersveranderingen te voorspellen
Adiabaat
Een grafische lijn in een thermodynamisch diagram volgens welke een
adiabatisch proces verloopt.
Adiabatisch proces
Is een thermodynamische toestandsverandering waarbij geen transport is van
warmte of massa buiten de grenzen van dit systeem. In dit proces zal
compressie leiden tot opwarming en expansie tot afkoeling.
Advectie
De horizontale verplaatsing van een eigenschap (bijvoorbeeld warmte,
vochtigheid) in de atmosfeer door de beweging van lucht (wind).
Advectief onweer
Onweer dat op een andere plaats is ontstaan en door de heersende
hoogtewind wordt aangevoerd.
Advectieve dauw
Vorm van dauw. Afzetsel van waterdruppels op voorwerpen waarvan het
oppervlak voldoende koud is om rechtstreekse condensatie van waterdamp uit
lucht te veroorzaken die met dit oppervlak in aanraking wordt gebracht. Bij
advectieve dauw wordt de benodigde vochtige lucht van elders aangevoerd.
Advectieve
luchtlaag
Een stabiele luchtlaag waarin de verandering in temperatuur, vocht en
dergelijke op een bepaald punt het gevolg zijn van advectie en niet door
turbulentie en convectie worden veroorzaakt.
Advectieve rijp
Vorm van rijp. Een ijsafzetsel, in het algemeen kristallijn van vorm, dat
zich vormt op voorwerpen waarvan het oppervlak voldoende koud is om de
rechtstreekse subl imatie te veroorzaken van waterdamp uit de lucht die met
dit oppervlak in aanraking wordt gebracht, in dit geval door advectie.
Advectieve mist
Mist die ontstaat door warme, vochtige lucht over een koud
oppervlak te bewegen, waarbij de lucht afkoelt tot op of beneden het dauwpunt.
Aërodrome warning
Weersverwachting voor het terrein van een luchthaven bij verwacht
gevaarlijk weer. Deze verwachtingen zijn van belang voor geparkeerde
vliegtuigen, maar ook voor het verkeer op de grond. De verwachtingen worden
verspreid in klare taal en kunnen elementen bevatten als hevige windstoten,
sneeuwval, ijsafzetting of opvriezen van natte baangedeelten.
Aërologie
Deel van de meteorologie dat zich bezig houdt met de bestudering en
verklaring van de bewegingen en natuurkundige processen in de boven lucht.
Aërologisch diagram
Thermodynamisch diagram waarop de verschillende natuurkundige processen in
de atmosfeer worden voorgesteld. Met behulp van een aërologisch diagram moeten
onder meer stabiliteitsberekeningen voldoende eenvoudig kunnen worden
uitgevoerd. Daarom moet het diagram aan enkele eisen voldoen. Zo dienen op de
horizontale en verticale assen van het diagram direct meetbare grootheden te
staan. Bovendien moet het diagram bij voorkeur energetisch zijn. Dat wil
zeggen, dat een bepaald oppervlak op het diagram met een bepaalde hoeveelheid
energie overeenkomt. In onze omgeving is het meest gebruikte diagram het Tephigram. In enkele Engelstalige landen is het zogeheten
tephigram nog in gebruik.
Aërologische kaart
Een weerkaart waarop gegevens afkomstig van aërologische waarnemingen in
een groot gebied worden geplot. Voorbeelden van aërologische kaarten zijn de
diktekaart en de hoogtekaart.
Aërologische waarneming
(ook: bovenluchtwaarneming). Een waarneming van weerselementen met
behulp van weerballonnen met radiosondes. In Nederland wordt slechts op één
plaats een radiosonde opgelaten en wel in De Bilt. Aërologische waarnemingen
worden twee tot vier maal per dag verricht en wel op de zogenoemde main hours.
In De Bilt wordt de weerballon vier maal per etmaal opgelaten. Tegenover de
aërologische waarneming staat de oppervlaktewaarneming.
Aërologisch station
Een waarnemingsstation waar naast de normale waarnemingen aan het
aardoppervlak tevens aërologische waarnemingen worden verricht.
Aërosol
De algemene benaming voor de zwevende deeltjes die in lucht te vinden
zijn. Aërosolen komen zowel van nature voor (bijv. als gevolg van zandstormen,
bosbranden en vulkanisme) als door menselijke activiteiten (in de lucht
gebracht door o.a. fabrieksschoorstenen en uitlaten van auto's). Ze zijn van
grote betekenis in de atmosfeer, waar ze onder meer een belangrijke rol spelen
bij de condensatie van waterdamp tot waterdruppels en de vorming van
ijskristallen. Aërosolen treden dan op als condensatiekernen.
Af en toe regen (of sneeuw)
Termen die kunnen voorkomen in een weersverwachting. Het weerbeeld lijkt
veel op een buiig weertype, met dit verschil dat een bui per se uit
convectieve bewolking valt. Bij af en toe regen (of sneeuw) hoort een meer
gelaagde bewolking. De regen (of sneeuw) valt niet onophoudelijk. Is dat wel
het geval, dan wordt gesproken van perioden met regen (of sneeuw) of eenvoudig
regen (of sneeuw).
Af en toe zon
Term die in een weersverwachting kan voorkomen. Deze term vertegenwoordigt
een zonneschijnpercentage van 10 tot 40%. Het bijbehorende weerbeeld is
bewolking, waar tussendoor af en toe de zon doorbreekt. Er zijn dus geen echte
perioden dat de zon uitbundig schijnt.
Aflandige wind
Wind die over land naar zee waait in tegenstelling tot aanlandige zeewind.
A-klimaat
Tropisch regenklimaat volgens de indeling van de klimatoloog Köppen. Het
klimaat wordt gekenmerkt door grote warmte gedurende het gehele jaar en
overvloedige regenval. De gemiddelde jaartemperatuur ligt tussen 24 en 30°C,
terwijl de gemiddelde temperatuur van de koudste maand niet beneden 18°C komt.
In het algemeen bedraagt de jaarsom van de neerslag meer dan 650 mm. Als de
neerslag in de droogste maand ten minste 60 mm bedraagt, spreekt men van een
tropisch regenwoudklimaat (type Af). Een dergelijk gebied wordt gekenmerkt
door oerwoudbegroeiing. Als er een duidelijk droge periode in de winter
aanwezig is, spreekt men van een savanneklimaat (type Aw). De vegetatie
bestaat dan uit een grasvlakte met boomgroepen. Het klimaattype As, met een
droge periode in de zomer, komt vrijwel niet voor. A-klimaten vindt men in de
zone rondom de evenaar (o.a. Amazone-gebied, Zaïre, Indonesië).
Alaska-stroming
Noordelijke afsplitsing van de Aleoeten-stroming. Deze oceaanstr0ming
circuleert tegen de wijzers van de klok in in de Golf van Alaska. Een deel van
het water trekt vervolgens tussen de eilanden van de Aleoeten door in de
Beringzee, en duikt daaruit weer op als de Oyashio-stroming. Het overige deel
voegt zich weer bij de Aleoetenstroming. Het water dringt de Golf van Alaska
binnen langs de NoordAmerikaanse westkust. Omdat deze stroming vanuit het
zuiden komt, heeft zij het karakter van een warme stroming. Daardoor oefent
zij een invloed uit op de klimatologische omstandigheden die vergelijkbaar is,
zij het op een wat kleinere schaal, met de invloed van de Golfstroom op de
klimaten van het noordwesten van Europa.
Albedo
De verhouding tussen de gereflecteerde en de invallende straling van een
object. Een perfect zwart object (m.a.w. geen reflectie) heeft een albedo van
nul. Het albedo wordt meestal uitgedrukt in procent (%). Het albedo van de
aarde is 0,39%.
Aleoeten-stroming
Zeestroming in de Grote Oceaan. De stroming beweegt zich in oostelijke
richting, ruwweg tussen 40 en 50° NB. Het is een noordelijke aftakking van de
Koero Sjio-stroming. Bij nadering van de Noord-Amerikaanse kust splitst de
stroming zich in de noordwaarts verder stromende Alaska-stroming en de naar
het zu iden stromende Californië-stroming.
Alfa-tijd
Andere naam voor de plaatselijke tijd. Deze aanduiding komt uit het
internationaal spelalfabet.
Alimentatie
Natuurkundig proces, waardoor de massa van een gletsjer of een sneeuwveld
toeneemt. Tegenovergestelde van ablatie. De belangrijkste factor is aanzetting
van sneeuw, maar ook andere vormen van neerslag, alsmede sublimatie en het
opnieuw bevriezen van smeltwater, dragen bij.
Almanak
Jaarboek waarin soms een weersvoorspelling wordt gegeven voor een heel
jaar vooruit. De bekendste is de Enkhuizer Almanak, die al sinds het eind van
de 16e eeuw wordt uitgegeven. In vroeger tijden waren er veel meer: zoals een
tweetal Enkhuizer, een Zutphense en een Deventer Almanak. Onderzoek door het
KNMI heeft aangetoond, dat aan de voorspellingen geen waarde kan worden
gehecht.
Alpengloed
Naam voor de felle roodkleuring van gletsjers en sneeuwvelden. Het
verschijnsel ontstaat doordat het reeds rode licht van de laagstaande zon
wordt teruggekaatst door de sneeuwen hierbij nog verder wordt verstrooid en zo
in intensiteit toeneemt. Dezelfde felrode gloed is overigens ook te zien als
bewolking wordt verlicht door de laatste stralen van de ondergaande zon.
Altimeter
Een andere naam voor hoogtemeter. De werking ervan berust op het principe
van afnemende luchtdruk met hoogte. Een altimeter is in feite niks meer dan
een barometer waarvan de schaalverdeling in meter is weergegeven. Hoe hoger,
hoe lager de luchtdruk is.
Altocumulus(AC)
Behoort tot de familie van de middelbare bewolking. Witte of grijze
wolkenband of wolkenlaag, in het algemeen met schaduwing, bestaande uit
stroken, min of meer afgeplatte ballen, rollen enz., die soms voor een deel
een vezelachtig uiterlijk hebben of geen structuur vertonen en die al of niet
gescheiden zijn; de meeste regelmatig gerangschikte kleine elementen hebben
gewoonlijk een schijnbare afmeting tussen één en vijf graden. Middelhoge
bewolking (hoogte 4-7 km) in de vorm van vlokken. Komt dikwijls in banken of
straten voor. In de bergen is dikwijls het type "lenticularis" te zien. Voorbode van onweer is dikwijls
altocumulus castellanus in de vorm van torentjes of kantelen.
Altostratus (AS)
Behoort tot de familie van de middelbare bewolking. Wolkenveld of
wolkenlaag met een grauwe of blauwachtige tint en een streperig, veelachtig of
effen uiterlijk, geheel of gedeeltelijk de hemel bedekkend, waarvan sommige
gedeelten dun genoeg zijn om de zon er vaag, als een matglas, door te kunnen
zien. In Altostratus komen geen haloverschijnselen voor.
Middelhoge bewolking (hoogte 4-7 km), meestal de aankondiging van een warmtefront.
Doorheen altostratusbewolking is nog een verwaterde zon te zien. Wanneer de
zon helemaal niet meer te bespeuren valt gaat altostratus over in nimbostratus
en valt er continue neerslag (in tegenstelling tot buiige neerslag in een koufront).
AMD
Afkorting van het Engelse amendment (amendering). Toegevoegde code aan
onder meer een gewijzigde TAF.
Anabatische wind
Een wind die ontstaat door lucht langs een helling of bergflank te laten
opstijgen. Tegenhanger van katabatische
wind. Zie bij ook hellingswind.
Anafront
Het meest voorkomende type front. Het anafront is doorgaans actief met
de karkteristieke eigenschappen van een warmtefront of koufront. Het Griekse
woord 'ana' staat voor 'opwaarts'. De warme lucht wordt in alle gevallen
opgetild. Het tegenovergestelde is het katafront.
Analogenmethode
Statistische verwachtingsmethode ten behoeve van het opstellen van
weersverwachtingen. Met behulp van computers wordt het meest waarschijnlijke
weerbeeld berekend aan de hand van vergelijking met een groot aantal eerdere
overeenkomende weersituaties.
Anemograaf
Automatisch registrerende anemometer.
Anemometer
Toestel om de windsnelheid
te meten. Meest bekend is de cup-anemometer. Deze bestaat uit drie (soms vier)
half open bolletjes die elk 120° uit elkaar zijn opgesteld. Doordat de kracht
uitgeoefend aan de holle zijde groter is dan deze aan de bolle zijden gaat het
systeem beginnen draaien. Naarmate de windsnelheid groter wordt, neemt de
snelheid ervan toe. Kenmerken voor een goede cup-anemometer zijn een lage
startwaarde voor de windsnelheid en een goede lineariteit. Tegenwoordig worden
ook steeds meer ultrasoon anemometers gebruikt. De werking van dit laatste
type berust op het feit dat de voortplantingssnelheid van het geluid
schijnbaar verandert met de windsnelheid. Met dit ultrasoonprincipe is meteen
ook de windrichting af te leiden.
Anemoscoop
(ook: windwijzer) Instrument voor het aanduiden van de windrichting. De
bekendste en eenvoudigste is de windvaan (windhaan). In de meteorologie
gebruikt men instrumenten waarmee de windrichting op een schaal kan worden
afgelezen of continu op een voortbewegende papierstrook wordt geregistreerd.
Aneroïde barometer
Barometer
die werkt op het principe van in serie geschakelde aneroïde (luchtledige)
doosjes of capsules (de zgn. doosjes van Vidi). Deze doosjes zijn meestal vervaardigd uit
fosfor-brons of beryllium-koper. Bij stijgende luchtdruk
wordt het doosje meer ingedrukt, bij lage luchtdruk minder. Via een
hefboomsysteem worden deze veranderingen overgebracht naar een naald die over
een schaalverdeling beweegt.
Aneroïde barometer volgens Fuess
Een aneroïde barometer met analoge aflezing, waarvan het meetelement
bestaat uit een aantal gekoppelde, boven op elkaar bevestigde, luchtledige
platte dozen (doos van Vidi) van berylliumkoper. De verandering van de
luchtdruk wordt, door middel van een hefboomstelsel vergroot, door een wijzer
aangegeven. De schaal loopt van 920 tot 1080 hectoPascal en is onderverdeeld
in eenheden van 1 hectoPascal, een eenheid die voor wat betreft de
getalswaarde overeenkomt met de ouderwetse millibar {mbar}.
Aneroïde barometer volgens Negretti en Zambra
Precisie aneroïde barometer met digitale aanwijzing. Het instrument
bestaat uit een pakket van dozen
van Vidi. Het verschil met de aneroïde barometer volgens Fuess is dat de
vervormingen van de dozen van Vidi in dit geval niet door middel van een
complex overbrengingsmechanisme vergroot op een schaal worden weergegeven. Met
behulp van een stift wordt direct de indrukking van de Vidi-dozen via een
stift en een hefboom overgebracht op een schaalverdeling. Deze barometer
reageert daardoor soepel en is bovendien minder gevoelig voor
onnauwkeurigheden door verlopen van het instrument.
Anticycloon
Een relatief druk maximum. Een andere naam voor een hogedrukgebied. Is een
oppervlakte van druk dat wordt gekenmerkt door divergerende winden en een
rotatie tegengesteld aan deze van de aarde; dit is in wijzerzin op het
noordelijk halfrond en in tegenwijzerzin op het zuidelijk halfrond.
Anticyclonaal
Het stromingsproces bij hogedrukgebieden op het noordelijk halfrond:
cirkelvorming met de wijzers van de klok mee.
Anticyclonaal zadelgebied
Zadelgebied waarin de invloed van de aanliggende hogedrukgebieden het
grootst is. Het weerbeeld is erg rustig en doorgaans ook vrij zonnig.
Anticyclonale kromming
Afbuiging van de isobaren naar rechts, gezien in de richting van de wind
(op het noordelijk halfrond). Een rug van hoge luchtdruk is een voorbeeld van
een isobarenpatroon met anticyclonale kromming. De bijbehorende verticale
luchtbewegingen komen overeen met de anticyclonale luchtbeweging.
Anticyclonale
luchtbeweging
Luchtstroming rondom een hogedrukgebied. Op het noordelijk halfrond
stroomt de lucht, van boven af gezien, in de richting van de klok rond het
hogedrukgebied. Op het zuidelijk halfrond precies andersom. In de onderste
luchtlagen stroomt de lucht uit het hogedrukgebied weg (divergente
luchtbeweging). Deze wegstromende lucht wordt vervangen door lucht uit hogere
luchtlagen, zodat in het hogedrukgebied een grootschalige dalende
luchtbeweging aanwezig is. Deze dalende lucht wordt in een adiabatisch
proces verwarmd, waardoor eventueel aanwezige bewolking kan oplossen.
Antipassaat
Windsysteem in de bovenlucht, dat samenhangt met de passaatwinden. Vanuit
de subtropische hogedrukgordels tussen ongeveer 25 en 30° NB en ZB stroomt
langs het aardoppervlak de lucht naar de intertropische convergentiezone. Daar
stijgt, mede onder invloed van de grotere zonnewarmte aldaar, de lucht op.
Vervolgens stroomt op grote hoogte de lucht weer in de richting van de polen:
de antipassaat. In de subtropische hogedrukgordels daalt de lucht dan weer,
zodat een circulatie ontstaat. Ten gevolge van de aardrotatie buigt de
poolwaarts gerichte hoogtestroming op het noordelijk halfrond af naar rechts,
dus oostwaarts, en in het zuiden naar links, eveneens oostwaarts. De
antipassaat is daardoor ook ongeveer tegengesteld gericht aan de
overeenkomende passaatwinden.
Aphelium
Punt op de ellipsvormige aardbaan waar de aarde het verst van de zon staat
(152,1 miljoen km).
Apogeum
Punt op de ellipsvormige maanbaan waar de maan het verst van de aarde
staat (406.700 km).
Arctische lucht
Maritiem arctische lucht (mAl) heeft zijn oorsprong boven de Noordelijke
IJszee. Met uitzondering van de zomer, kan deze luchtsoort onze omgeving het
hele jaar bereiken. mAl volgt een lange weg over zee en stroomt onze omgeving
binnen langs de Noorse kust. De lucht is tot op grote hoogte relatief koud en
krijgt op haar weg naar het zuiden sterk de eigenschappen van koude massa. Het
binnenvallen van mAl gaat vaak, vooral in het voorjaar, gepaard met harde tot
stormachtige noordwestenwinden en een grote daling van de temperatuur. De
typische voorjaarsbuien zijn meestal kenmerkend voor de aanwezigheid van mAl.
Behalve in buien is het zicht zeer goed en de hemel diepblauw van kleur.
Continentaal arctische lucht (cAl) komt uit het noorden van Scandinavië.
Evenals mAl, komt cAl in de zomermaanden in onze omgeving niet voor. In cAl
kan de temperatuur gedurende de lange winternachten tot zeer lage waarden
dalen. Door de lage vochtigheid komt er in deze luchtsoort in het algemeen
niet veel bewolking voor. Soms kan er echter door de voortdurende afkoeling
stratus-bewolking ontstaan. cAl is altijd koude massa. Het zicht is zeer goed.
Arctische zeerook
Een soort advectieve
mist. Soort van mist die vooral voorkomt ten oosten van Labrador en
Newfoundland, dáár waar de koude lucht die tussen Groenland en Canada wordt
aangevoerd over de koude Labrador-stroming, in aanraking komt met het warme
water van een van de uitlopers van de zgn. warme Golfstroom. De arctische
zeerook komt dikwijls voor bij flinke windsnelheden en kan gevaarlijk zijn
voor met name de kleine scheepvaart.
Aride klimaten
Andere naam voor droogte-klimaten, ofwel B-klimaten volgens Köppen. Om uit te rekenen of een klimaat
tot de aride klimaten behoort, gebruikt men de formule RR < 2*T waarbij RR
de jaarlijkse neerslaghoeveelheid is in cm en T de gemiddelde jaartemperatuur
in graden Celsius.
Arifi
Lokale wind in Bar Debib aan de Algerijnse kust. De naam is afgeleid van
het Berberse aref, hetgeen uitdrogen betekent. Het is een sirocco-achtige
zuidenwind, die hete continentaal tropische lucht (cTL) vanuit de Sahara
aanvoert. De wind wordt ook wel chom genoemd.
Astronomische schemering
Zie ook schemering. De astronomische schemering begint als de zon
op 12 graden beneden de horizon is gezakt. Voor het gevoel is het dan al
behoorlijk donker. Pas als de zon 18 graden of meer onder de horizon is gezakt
is het volledig donker.
Atmosfeer
Het gasvormige gedeelte dat een planeet omgeeft, ook dampkring genoemd. In
het geval van de aarde bevindt de atmosfeer zich vooral tegen het
aardoppervlak omwille van de gravitatie- of zwaartekracht. De atmosfeer wordt
o.a. ingedeeld in de troposfeer,
stratosfeer,
mesosfeer,
ionosfeer
en exosfeer.
Het weer speelt zich vooral af in de onderste 15 km van de atmosfeer, de zgn.
troposfeer. Klik
hier voor een doorsnede van de atmosfeer.
Atmosferische straalbreking
Straalbreking die het zonlicht ondervindt in de atmosfeer. Het principe
daarvan is gelijk aan de lichtbreking in een bak met water. Wanneer men schuin
in het water kijkt, bevindt een voorwerp op de bodem zich schijnbaar op een
ander plaats. Doordat de dichtheid van de lucht naar beneden toe steeds groter
wordt, worden de lichtstralen, eveneens naar beneden toe, steeds sterker in
neerwaartse richting gebroken. Dit houdt in dat de lichtstralen de aarde
bereiken langs een neerwaarts gebogen lijn. Licht dat ons bereikt langs een
weg die dicht boven de horizon loopt, moet de langste weg afleggenen heeft
daardoor de grootste straalbreking. Deze breking bedraagt onder normale
omstandigheden maximaal 0,5°. Dat betekend dat als de zon op de horizon staat,
zij in werkelijkheid reeds is ondergegaan of nog moet opkomen.
Aurassos
Lokale wind in het zuiden van Frankrijk aan de zuidkant van het Centraal
Massief. Het is een sterke noordnoordwestenwind met de mistralkenmerken.
Austru
Lokale wind in Roemenië. Het is een warme valwind met föhneigenschappen.
De naam is afgeleid van het Latijnse auster, hetgeen zuidenwind betekent. De
austru is een zuidwestenwind, die in het noordoosten van Roemenië waait vanuit
de Karpaten. De austru levert doorgaans helder en droog weer op.
Autan
Is een warme wind die zijn oorsprong heeft aan de Middellandse Zee. Hij
blaast uit de ZO-sector tussen Montpellier en Perpignan. De gemiddelde
windsnelheid ervan bedraagt rond de 50 km/h, met windstoten die kunnen oplopen
tot 70 à 80 km/h. Er bestaan twee types "autan": "Autan blanc":
is het meest voorkomende type. Deze is krachtig en droog en kan gerust een
week lang waaien. Hij ontstaat wanneer er zich boven Centraal-Europa een
anticycloon bevindt waarvan de zuidelijke grens zich aan de Golf van Lyon
uitstrekt. De lucht wordt door de Middellandse Zee vochtig en geeft aanleiding
tot vorming van regen en mist boven het Languedoc en de Roussillon. Ten westen
van de Cévennes en de Montagne Noir is hij droog en warm.
"Autan noir": Deze is zwakker maar duurzamer dan het andere type.
Deze ontstaat wanneer er zich boven de golf van Biskaje een laag bevindt
waarvan de noordoost-kant boven het Langueoc uitsteekt waar de hemel betrokken
en regenachtig is. Ten westen van de Cévennes wordt het weer beter en neemt de
temperatuur toe.
Avondrood
Een in het oog springende rode kleur die 's avonds aan de westelijke hemel
te zien is bij zonsondergang. Dit verschijnsel ontstaat doordat de violette,
blauwe en groene stralen van het zonlicht, als ze een lange weg door de
atmosfeer moeten afleggen, sterk worden verstrooid. Deze verstrooiing komt het
best tot uiting wanneer in de lucht veel stof of veel waterdamp aanwezig is.
Azimut
Term in gebruik bij de presentatie van ontvangen echo's van een weerradar.
Het is de windrichting waarin een radardoel wordt waargenomen.
Azoren-hoog
Het hogedrukgebied in de buurt van de Azoren, een Portugese eilandengroep
in het midden van de Atlantische Oceaan. Het behoort tot de subtropische
gordel van hoge luchtdruk op het noordelijk halfrond. Het Azorenhoog vormt
dikwijls het centrale gebied voor mooi weer situaties in Midden-Europa, maar
het kan ook in samenwerking met het IJsland-lagedrukgebied een westcirculatie
tot stand brengen.