Lokale wind in Oostenrijk. Het is een dalwind in Salzkammergut, nabij
Salzburg. De tegenovergestelde bergwind is de Unterwind.
Objectieve verwachtingsmethode
Hulpmiddel voor de meteoroloog bij het opstellen van weersverwachtingen.
Aan de hand van onderzoek van zeer grote aantallen weersituaties zijn
kansberekeningen gemaakt voor het optreden van bepaalde fenomenen in bepaalde
situaties. Bijvoorbeeld de kans op regen of onweer bij een bepaalde
windrichting of de mogelijke maximum- of minimumtemperatuur aan de hand van de
aard van de aangevoerde lucht en de bedekkingsgraad.
Occidentalis
Latijnse naam voor de westelijke windrichting.
Occulderen
Proces waarbij een koufront het warmtefront inhaalt, waarbij zich een
occlusie vormt.
Occlusiefront
Wanneer het aan een lagedrukgebied verbonden koufront het warmtefront
heeft ingehaald, spreekt men van een geoccludeerd front of occlusiefront.
Occulsiepunt
Het punt waar tijdens het occluderen het koufront het warmtefront inhaalt.
Omdat het koufront zich onder een bepaalde hoek ten opzichte van het
warmtefront verplaatst en zich bovendien sneller beweegt, verwijdert het
occlusiepunt zich steeds verder van de kern van het lagedrukgebied en wordt de
occlusie steeds langer.
Old ice
IJs dat ten minste één zomer heeft overleefd. In sommige weerrapporten
kunnen, m.n. ten behoeve van aankomende en vertrekkende vliegtuigen op
vliegvelden, ontwikkelingsstadia van aanwezig ijs worden aangegeven.
Ombuigende westelijke
circulatie
Eén van de onderscheiden luchtcirculatietypen. De ombuigende westelijke
circulatie is een zonale circulatie. Tussen het Azoren-hoog en een
hogedrukgebied boven Scandinavië ligt een uitgestrekte zone van lage luchtdruk
boven de Atlantische Oceaan en West-Europa. De bijbehorende stroming is vanaf
de Atlantische Oceaan recht op Nederland gericht, maar buigt daar af naar het
zuiden van Scandinavië. In dergelijke situaties kan maritiem polaire lucht of
maritiem gematigde lucht Nederland bereiken.
Weertype dat voortdurend van beeld verandert. Dit weertype hangt doorgaans
samen met de nabijheid van lagedrukgebieden.
Onderkoeld
Onderkoelde waterdruppels zijn waterdruppels die nog in vloeibare toestand
zijn terwijl de temperatuur ervan reeds beneden het vriespunt is. Wanneer het
in contact komt met condensatiekernen gaat het ogenblikkelijk over naar de
vaste aggregatietoestand.
Onderkoelde motregen
Motregen, waarvan de druppels een temperatuur lager dan 0°C hebben. Zodra
zij in aanraking komen met het aardoppervlak, met voorwerpen op de grond of
met vliegtuigen tijdens de vlucht vormen de druppels van onderkoelde motregen
een mengsel van water en ijs met een temperatuur van 0°C.
Onderkoelde regen
Regen, waarvan de druppels een temperatuur lager dan 0°C hebben. Zodra zij
in aanraking komen met het aardoppervlak, met voorwerpen op de grond of met
vliegtuigen tijdens de vlucht vormen de druppels van onderkoelde regen een
mengsel van water en ijs met een temperatuur van 0°C.
Onderzon
Halo die onder de horizon verschijnt en daardoor bijna alleen maar vanaf
bergen of vanuit een vliegtuig is waar te nemen. De onderzon is een heldere
witte vlek, recht onder de zon en gelijkend op het spiegelbeeld van de zon op
een kalm wateroppervlak. Het verschijnsel ontstaat in tamelijk rustige lucht
door reflectie op de horizontale vlakjes van min of meer uitgestrekte velden
ijskristallen, die dan als een reusachtige spiegel fungeren. Dit heldere
verschijnsel is zelfs nu en dan te zien op de bewolkingszones die door
weersatellieten op grote hoogte boven de aarde worden gefotografeerd.
Onstabiel
Niet stabiel, labiel, veranderlijk. Meteorologisch: de 'toestandskromme'
is zodanig dat een luchtdeeltje, dat naar boven of beneden verplaatst wordt,
verder zal stijgen, resp. dalen.
Onstabiele golf
Frontale golf die nog volop aan het ontwikkelen is. Onstabiele golven zijn
erg actief en ontwikkelen zich in veel gevallen tot een nieuw lagedrukgebied,
zelfs soms tot een echte stormdepressie.
Onstabiliteit
Een luchtmassa waarvan de temperatuur snel daalt met de hoogte. De daling
moet zo sterk zijn dat ze groter of gelijk is aan de temperatuurdaling die
optreedt bij het stijgen van thermiekbellen. In droge lucht bedraagt de
temperatuurdaling 1°C per 100 meter.
Onweer
Is een elektrometeoor (= het gevolg van atmosferische elektriciteit). De
combinatie van bliksem en donder. Heftige bui waarbij bliksem optreedt
vergezeld van rommelende geluiden. Onweer kan ontstaan als stapelwolken
(cumulus) uitgroeien tot wolken van het geslacht cumulonimbus, met grote
verticale afmetingen. Een normale onweerswolk reikt tot een hoogte van 8 tot
12 km; een grote tropische onweerswolk kan een hoogte bereiken van wel 20
km. Tijdens het groeiproces ontstaan in de wolk elektrische ladingen. Hoe
dat precies in zijn werk gaat, is eigenlijk nog niet bekend. Daarover zijn
meerdere theorieën in omloop. De meeste gaan uit van een sterke opwaartse
stroming van vochtige en warme lucht. Bijvoorbeeld door sterke convectie ten
gevolge van sterke lokale verwarming van een hoeveelheid vochtige lucht aan
het aardoppervlak op een zonnige zomerse dag, met als resultaat lokale
warmteonweders. Een tweede belangrijke ontstaansoorzaak is het
binnendringen van een koufront in een warme luchtmassa. De koude lucht dringt
vanwege haar grotere dichtheid onder de warme en vochtige lucht, die daardoor
wordt gedwongen op te stijgen. Van belang is verder dat er sprake is van een
zgn. gemengde wolk. Wanneer de ijsdeeltjes zo groot en zwaar zijn geworden
(hagelstenen) dat de sterke stijgende luchtbewegingen ze niet meer vast kunnen
houden, gaan ze vallen. Tijdens het vallen worden kleine onderkoelde
waterdruppels ingevangen. Dievriezen vast op de hagelstenen, waarbij zich
ijssplinters afscheiden die positief geladen blijken te zijn. Als de
elektrische lading in de wolk boven de aarde is toegenomen tot boven een
bepaalde sterkte, treedt er elektrische ontlading op door middel van
bliksem. De neerslag komt voor in de vorm van regen, hagel en sneeuw. In
sommige gevallen zijn de stijgende bewegingen dermate sterk, dat de
hagelstenen in de wolk zo groot kunnen worden dat ze zelfs midden in de zomer
als hagelstenen het aardoppervlak bereiken. Gemiddeld komt op 107 dagen per
jaar ergens in onze omgeving onweer voor, met verreweg de grootste frequentie
in de zomer- en herfstmaanden. Er zijn ook voorkeursgebieden voor onweer in
Nederland aan te wijzen. Met name in het westen van Noord-Brabant onweert het
relatief vaak. De reden daarvan is, dat de zandgronden in dat gebied op een
zomerse dag flink worden opgewarmd, terwijl dicht bij het aardoppervlak bij
gunstige omstandigheden vochtige lucht wordt aangevoerd uit de nabijgelegen
Zeeuwse wateren. In de hele wereld zijn er maar liefst zon 1800 onweders per
dag actief. In het algemeen wordt het fenomeen onweer gezien als een
natuurlijke reactie op plaatselijk te grote elektrische tegenstellingen in de
atmosfeer.
Onweersdag
Een onweersdag is een dag waarop minstens één donderslag is gehoord
(weerlicht alleen is dus geen onweersdag).
Onweersneus
Dit is een plotselinge en kortdurende luchtdrukstijging van een of enkele
hPa tijdens een onweersbui. In een goed ontwikkelde buienwolk komen sterke
stijg- en daalstromen voor, waarin lucht met een grote snelheid omhoog en
omlaag beweegt. Wanneer de koude lucht met een plons naar beneden komt,
veroorzaakt dat een klein 'hogedrukgebiedje', waarin de luchtdruk merkbaar
stijgt.
Onweersstoring
Klein lagedrukgebied dat gepaard gaat met een aantal onweersbuien. In
Nederland en België spreekt de onweersstoring die in de zomermaanden in een
zuidelijke stroming vanuit Frankrijk naar onze omgeving trekt het meest tot de
verbeelding. Zon storing begint als een klein thermisch lagedrukgebied in de
buurt van Bordeaux en verplaatst zich vervolgens noordwaarts. In de middag en
avond is zon storing het meest actief, door de aanwarming door de zon. In de
nacht sterven de buien uit, om de volgende middag en avond opnieuw actief te
worden, alleen enkele honderden kilometers noordelijker.
Oost-Aziatische trog
Trog in de algemene luchtcirculatie, die in de winter op ca. 140° OL te
vinden is. Tijdens de zomer is deze trog ongeveer 10° in oostelijke richting
verschoven.
Oostcirculatie
Luchtcirculatie waarbij de wind over grote delen in Europa oostelijk is
als gevolg van een hogedrukgebied boven Scandinavië of NW-Rusland. Dat kan
koud winterweer of hete, droge zomers veroorzaken.
Oostelijke wind
Wind die ongeveer uit het oosten waait, dus tussen oostnoordoost en
oostzuidoost.
Oostelijk halfrond
Dat deel van de aarde dat ten oosten ligt van de 20° WL. Men heeft niet de
nulmeridiaan als grens tussen het oostelijk en westelijk halfrond genomen,
omdat dan Ierland en Groot-Brittannië op het westelijk halfrond zouden liggen,
gescheiden van de rest van Europa.
Oosterlengte
(OL) Lengteligging van een plaats ten oosten van de nulmeridiaan. Een
plaats kan op maximaal 180° OL liggen.
Oost-Europese trog
Trog in de algemene luchtcirculatie, die zowel in de winter als in de
zomer op ca. 20° OL te vinden is. Deze trog is meestal vrij zwak.
Opacus
(lett.: donker, beschaduwd) Wolkenvariëteit van de wolkengeslachten
altocumulus, altostratus, stratocumulus en stratus. De wolkenformaties zijn te
zien als uitgestrekte velden, die overwegend ondoorschijnend zijn. De zon komt
er niet meer doorheen.
Operationele meteorologie
Deel van de meteorologie dat zich bezighoudt met de productie van
weersverwachtingen. De operationele meteorologie is te verdelen in een drietal
hoofd richtingen: de maritieme meteorologie, de luchtvaartmeteorologie en de
algemene operationele meteorologie. De procesgang is weer te geven met een
serie chronologisch gerangschikte trefwoorden, die samen de productielijn van
een weersverwachting vormen: waarneming, communicatie, processing, analyse,
prognose, weervertaling en verzending. Helemaal aan het einde van de
procesgang vindt verificatie plaats aan de hand van de waarnemingen.
Opklaringen
Term die kan voorkomen in een weersverwachting. Deze term vertegenwoordigt
een zonneschijnpercentage van 20 tot 60% en wordt zowel voor overdag als 's
nachts gebruikt. Een overeenkomstige zonneschijnterm is perioden met zon.
Oppervlaktewaarneming
Waarneming die aan het aardoppervlak of aan boord van schepen wordt
verricht. Tegenover de oppervlaktewaarneming staat de aërologische waarneming.
Oplandig
Wind, die van zee komt; ook aanlandig (zie zeewind).
Optillingscondensatieniveau
(ook: adiabatisch condensatieniveau) Hoogte waartoe men een hoeveelheid
lucht volgens een adiabatisch proces moet optillen opdat er condensatie
plaatsvi ndt. Lucht die wordt opgetild koelt af; koude lucht kan minder vocht
bevatten dan warme lucht, en dus zal op zekere hoogte condensatie
plaatsvinden: het optillingscondensatieniveau. Dit niveau is te bepalen met
behulp van een Θ s,p-diagram.
Optisch
Zichtbaar.
Opvriezen
Verschijnsel dat bij temperaturen aan de grond van net boven het
vriespunt, de wegen toch bevriezen. Dit komt voor na een (lange) vorstperiode,
tijdens welke de grondtemperatuur tot onder het vriespunt is gedaald. De kou
in de grond kan dan door geleiding plotseling aan de oppervlakte verschijnen.
Dit beruchte verschijnsel geeft soms aanleiding tot onverwachte en voor het
verkeer gevaarlijke gladheid.
Opvullen (van een lagedrukgebied)
Stijging van de luchtdruk binnen een lagedrukgebied. De depressie
activiteit neemt duidelijk af. Binnen afzienbare tijd zal het lagedrukgebied
niet meer als zodanig te herkennen zijn.
Ora
Lokale wind in Italië, ook wel paesano genoemd. Het is een typische
landwind aan de kusten van het Gardameer, maar vertoont door de ligging van
het meer in bergachtig gebied ook kenmerken van berg.
Orientalis
Latijnse naam voor de oostelijke windrichting.
Orkaan
Zuiver weerkundig genomen wijst dit op een windsnelheid groter dan 117
km/uur, ofwel windkracht 12 op de schaal van
Beaufort. Veelal wordt de term orkaan gebruikt wanneer men een tropische
cycloon of wervelstorm bedoelt. Een orkaan is de zwaarste storm die in ons
land mogelijk is. Een orkaan levert bijzonder veel gevaar op en heeft een
verwoestend karakter. Het KNMI zal in een dergelijk geval onmiddelijk
Weeralarm uitvaardigen.
Orografie
Reliëf van het landschap. De orografie is soms van grote invloed op een
lokaal weerbeeld, met name voor wat betreft wind, bewolking en neerslag. In
een grootschaliger verband is de orografie van de aardbol, beter gezegd de
ligging van de grote bergketens, mede verantwoordlijk voor de patronen in de
wereldomvattende luchtcirculaties.
Orografische bewolking
Bewolking, die ontstaat als gevolg van de orografie op een bepaalde
plaats. Een duidelijk voorbeeld is de föhnbewolking. Ook aan de kust komt
orografische bewolking voor. Bij een aanvoer van zeer vochtige lucht vanaf zee
dwars op een duinenrij wordt die lucht bij de duinen gedwongen iets op te
stijgen. Het vocht in de lucht condenseert en er ontstaat een laag
stratus-bewolking, die verder landinwaarts doorgaans weer dunner wordt en
oplost.
Orografische regens
Dit zijn stijgingsregens. Doordat vochtige lucht aan een bergflank wordt
gedwongen om op te stijgen, gaat deze afkoelen. Wanneer het verzadigingspunt
(dauwpunt) wordt bereikt, komt wolkenvorming op gang en kan het regenen.
Overgangsklimaat
Klimaat dat wat betreft zijn kenmerken tussen een land- en een zeeklimaat
in valt. Belangrijk kenmerk is dat het verschil tussen de gemiddelde
temperatuur van de warmste maand en die van de koudste maand 15-20°C bedraagt.
Grote delen van Duitsland, Polen en Scandinavië hebben dit klimaat.
Overtallige regenboog
Veel voorkomende extra regenboog, aan de binnenzijde van de
hoofdregenboog. De kleurvolgorde is gelijk aan die van de hoofdregenboog, maar
de bogen zijn aanzienlijk smaller. Soms zijn er meerdere overtallige bogen
aanwezig. Ze ontstaan door interferentie-effecten.
Oververzadiging
De lucht bevat meer waterdamp dan hij theoretisch bij een bepaalde
temperatuur kan bevatten.
Ozon
Is een molecule dat bestaat uit drie atomen zuurstof (O3). De
grootste concentraties ozon komen voor in de stratosfeer (de ozonlaag). Ze
houden de voor de mens schadelijke UV-C straling van de zon tegen. Gekend zijn
de gaten in de ozonlaag, vooral boven de antarctica, waar de concentraties
heel laag zijn en zodoende de schadelijke UV-C zonnestraling doorlaten.
Aantasting van de ozonlaag gebeurd onder meer door de CFK's
(chloor-fluor-koolwaterstoffen).